Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook wordt men uit het verband zeker overtuigd, dat hoewel Jacob zich tot arbeiden voor Rachel had verbonden, hij haar toch spoedig heeft gekregen, omdat de naijver tusschen de twee zusters bij het begin uitbreekt. Mozes geeft althans hier te kennen, dat de zegening Gods laat is gekomen, toen Rachel reeds had gewanhoopt aan het kinderen krijgen, en hare onvruchtbaarheid lang tot schande had gestrekt. Voorts geeft ze ter wille van het gelukkig voorteeken haren zoon een naam, die uitdrukt, dat zij bij dezen éénen zoon de hoop opvatte er twee te zullen krijgen.

25. Laat mij trekken, en ik zal gaan. Daar Jacob door het voorspiegelen van arbeidsloon werd teruggehouden, kon het den schijn hebben, alsof hij dit als een list gebruikte, dat hij zijn afscheid van zijn schoonvader begeerde.

Bij mij bestaat er echter geen twijfel, of reeds toen had hij het in zijn hart, om terug te keeren, en" is hij oprecht voor zijn plan uitgekomen. Ten eerste, omdat hij op velerlei wijze had ondervonden hoe onbillijk, hoe trouweloos, hoe wreed Laban was. Daarom is het volstrekt geen wonder, dat hij, zoodra hij maar kon, van hem verlangde weg te gaan. Ten tweede, omdat hij hoopte, dat door dit lange tijdsverloop, het hart zijns broeders met hem zou bevredigd zijn, kon het niet anders, of hij begeerde sterk, naar zijne ouders terug te keeren, temeer wijl hij een afkeer kreeg van zoovele moeielijkheden, zoodat hij niet behoefde te vreezen, dat hij elders in nog slechteren staat zou komen.

Maar Gods belofte was de sterkste prikkel, die hem naar den terugkeer deed verlangen. Want hij had de zegening niet weggeworpen, die hem dierbaarder was dan zijn eigen leven. Hierop slaat ook hetgeen hij zegt: „Ik zal gaan naar mijne plaats en naar mijn land", want niet daarom noemt hij het land Kanaan aldus, omdat hij daar geboren, maar omdat hij wist, dat dit van Godswege hem geschonken was. Want als hij gezegd had, dat hij met 't oog op zijn geboortegrond naar den terugkeer verlangde, had dit voor spotternij kunnen worden opgevat, daar zijn vader een zwervend en onstandvastig leven leidde, door gedurig naar andere verblijfplaatsen te verhuizen. Daarom vat ik het zoo op, dat hoewel hij elders geschikt had kunnen wonen, toch altoos Gods woord van kracht is geweest in zijn hart, volgens hetwelk hem het land Kanaan was toebeschikt. Dat hij nu

Sluiten