Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor een tijd oponthoud kreeg, die afwijking is niet in strijd met zijn plan, want daartoe werd hij deels door den nood gedwongen, omdat hij zich niet kon losrukken uit de valstrikken zijns schoonvaders, deels gat hij ook uit eigen beweging toe, om voor zich en zijn huisgezin het een en ander in bezit te verkrijgen, opdat hij niet c\rm en ledig naar zijn vaderland zou terugkeeren. Nu wordt hier Labans verbazende slechtheid aan het licht gebracht. Nadat hij zijn neef en schoonzoon veertien jaar lang door harden en onafgebroken arbeid bijna had uitgeput, biedt hij hem toch niet het minste loon in de toekomst aan. Die billijkheid, die hij in den beginne nog in zich had, is reeds verdwenen. Want hoe grooter de verdraagzaamheid van den heiligen man was, hoe meer willekeur hij jegens hem gebruikte. Zoo maakt de wereld misbruik van de inschikkelijkheid der vromen, en hoe meer zij zich vreedzaam gedragen, hoe driester de wereld hen aanvalt. Maar hoezeer wij ook als schapen aan het geweld en het onrecht der wereld zijn blootgesteld, toch hebben wij niet te vreezen, dat zij ons zullen verscheuren of verslinden, wijl de hemelsche Herder ons beschermt met Zijne hoede.

27. Indien ik toch genade gevonden heb. Hieruit zien wij, hoe weinig Jacob een lastige gast was, daar Laban hem met deze vleiende woorden lokt, om hem te bewegen tot langer vertoef. Want daar hij onedel en gierig was, zou hij hem geen oogenblik in zijn huis geduld hebben, zoo hij niet gemerkt had, dat zijne tegenwoordigheid winst afwierp. Dat hij dus niet alleen zich onthoudt van hem uit te werpen, maar zelfs met zorg hem zoekt te behouden, daaruit besluiten wij, dat de heilige man ongelooflijk veel arbeid heeft verricht, waardoor niet alleen het talrijke huisgezin voldoende voedsel had, maar ook overvloedige winst zijn schoonvader werd aangebracht. En daarom klaagt hij niet ten onrechte later, dat hij de hitte des daags en de koude des nachts had verduurd. Toch is het buiten allen twijfel, of Gods zegen deed meer dan al dien arbeid, opdat Laban zou inzien, dat Jacob als hetware een hoorn des overvloeds was, hetgeen hij zelf ook erkent, want hij roemt niet allen zijne trouw en zijn ijver, maar uitdrukkelijk verklaart hij, dat hij om zijnentwil door den Heere was gezegend. Hieruit blijkt dus, dat sinds Jacobs komst Labans bezit zoozeer is toegenomen, dat als het ware een zichtbare winst van den hemel was komen regenen. Omdat nu het woord C*n3 (nahasch) bij de Hebreen zooveel

Sluiten