Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch gehoorzaamt hij aan de Godspraak, en begeert hij op geene andere wijze rijk te worden dan door Gods welbehagen. Laban nu werd hier behandeld naar dat zijn karakter was. Want daar hij meende, dat dit voordeelig voor hem zou zijn, greep hij dit plan gaarne aan, maar God verijdelde zijne slechte begeerlijkheid.

33. En mijne gerechtigheid zal van mij getuigen. Woordelijk staat er : „Mijne gerechtigheid zal in mij antwoorden." Maar het bijwoord ,3 (bi) beteekent zooveel als „aan mij" of ten behoeve van mij. Maar de zin is duidelijk genoeg, dat Jacob alleen van zijn geloof en zijne oprechtheid een gunstigen uitslag verwacht. Over het volgende woord zijn de uitleggers het niet eens. Want enkelen lezen : „Wanneer gij zult komen tot mijn loon." Maar anderen vertalen dit in den derden persoon, en verklaren dit van de gerechtigheid, wijl die n.1. tot het loon zou komen om Jacob te begiftigen. Toch passen beide beteekenissen hier best, maar ik laat dit liever slaan op de gerechtigheid, omdat er spoedig aan toe gevoegd wordt, „voor uw aangezicht". Nu zou het eene oneigenlijke uitdrukking geweest zijn: „Gij zult voor uwe oogen komen tot mijn loon". Maar nu is het genoegzaam duidelijk, wat Jacob bedoelt. Hij verklaart immers, dat hij van den Heere het bewijs verwachtte van zijn geloof en zijne oprechtheid door een gunstige uitkomst van zijn werk, alsof hij had gezegd: De Heere, die da beste Getuige en Rechter is van mijne gerechtigheid, zal met daden toonen, hoe oprecht en trouw ik mij tot hiertoe heb gedragen. Wel is waar, laat de Heere dikwerf slechten door kwade middelen rijk worden, en staat Hij hun eene overvloedige winst toe, terwijl ze met bedrog het geld van anderen naar zich toe trekken. Maar dit neemt niet weg, dat zijne zegening de gewone gezellin is van een goed geloof en van billijkheid En daarom gaf Jacob terecht dit teeken van zijn vertrouwen, dat hij de vrucht van zijnen arbeid aan den Heere toevertrouwde, opdat in dien weg zou blijken, hoe rechtschapen hij geweest was. Nu is de zin der woorden duidelijk. Mijne gerechtigheid zal openlijk voor mij getuigen, want van zelfs zal zij tot mij komen, om mij te verrijken, en dit zal zoo duidelijk geschieden, dat het ook voor u niet verborgen zal blijven. Nu ligt er een stilzwijgend verwijt in, dat Laban zou gevoelen hoe onbillijk hij te kort had gedaan aan den arbeid van den heiligen man, en hoe schandelijk hij had ontkend hem iets schuldig te

Sluiten