Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pen en geiten hebben niet misdragen, en de rammen uwer kudde heb ik niet gegeten.

39. Het geroofde heb ik u niet aangerekend, ik zelf heb daarvoor geboet; van mijne hand hebt gij geƫischt, zoowel des daags als des nachts, wat door diefstal was weggenomen.

40. Het ging mij zoo, dat soms de hitte mij verteerde, en de koude des nachts mij beving en de slaap van mijne oogleden week.

41. Reeds heb ik twintig jaren in uw huis verkeerd ; ik heb u veertien jaren gediend voor uwe beide dochters, en zes jaren voor uw vee, en gij hebt mijn loon tienmaal veranderd.

42. Zoo niet de God mijns vaders, de God van Abraham, en de vreeze Izaaks bij mij geweest was, voorwaar gij zoudt mij thans ledig weg hebben laten gaan. Mijne verdrukking en de moeite mijner handen heeft God aangezien en Hij heeft u verschenen nacht bestraft.

43. Toen antwoordde Laban, en zeide tot Jacob, uwe dochteren zijn mijne dochteren, uwe zonen zijn mijne zonen, uw vee is mijn vee, en al wat gij ziet is het mijne ; en wat zal ik heden doen met deze mijne dochteren of hare zonen, die ze hebben gebaard ?

44. En nu, kom laten wij een verbond sluiten, ik en gij, en het zal tot een getuige zijn tusschen mij en u.

45. Derhalve nam Jacob een steen, en richtte dien op tot een teeken.

46. En Jacob zeide tot zijne broederen, raapt steenen ; en zij brachten steenen en maakten een hoop, en zij aten daar samen op dien hoop.

47. En Laban noemde hem Jegar Sahadutha, maar Jacob noemde hem Galhed.

48. En Laban zeide : Die hoop zij getuige tusschen mij en u te dezen dage. Daarom noemde hij zijn naam Galhed.

49. Ook noemde hij hem Mispah, want hij zeide, de Heere oordeelt tusschen mij en u, als wij voor elkaar verborgen zullen zijn.

00. Als gij mijne dochters kwaad zult doen, en nog vrouwen boven mijne dochters neemt, en er niemand bij cns is, zie God is Getuige tusschen mij en u.

Sluiten