Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze openlijk aan schilderijen of beelden. Ook de oude afgodendienaars hadden zulk een voorwendsel, want metonymisch noemde men goden, de beelden, die gemaakt waren om God voor te stellen.

31. Ook antwoordde Jacob. Kortelijks weerlegt hij beide punten van beschuldiging. Inzake het heimelijke weggaan maakt hij op bescheidene en nette wijze zijne verontschuldiging, dat hij vreesde van zijne vrouwen beroofd te zullen worden. Op die manier nu neemt hij een deel der schuld voor zijne rekening, omdat het hem voldoende was, zich te zuiveren van de voorge*nomene kwaadwilligheid. Hij houdt geen geleerd dispuut over de vraag of het geoorloofd is stilletjes weg te gaan, doch hij laat die vraag in het midden, of die vrees zondig was of niet. Deze bescheidenheid moeten alle kinderen Gods leeren navolgen, opdat ze niet uit onmatigen drang om hun goeden naam te beschermen, tot twisten de toevlucht nemen. Zoo zien wij velen dikwijls om een bagatel lawaai maken, daar ze niets, al is het nog zoo gering over hun kant kunnen laten gaan. Met deze verontschuldiging stelde Jacob zich dus tevreden, dat hij bewees niets misdadigs te hebben verricht. Dan volgt de verdediging van het andere punt van beschuldiging, waarin Jacob zijn geloof doet uitkomen, door dengene, bij wien het gestolene wordt gevonden, den dood aan te kondigen. En dit zegt hij van harte, maar als toen de waarheid uitgekomen was, had hij zich moeten schamen over zijne lichtvaardigheid. Hoewel hij zich dus van geen kwaad bewust is, zondigt hij toch door al te groote overhaasting daar hij niet eerst een nauwkeurig onderzoek instelt, in plaats van zich uit te spreken over eene twijfelachtige zaak. Hij had zoowel zijne vrouwen als zijne zonen moeten bijeenroepen en aan elk afzonderlijk moeten vragen, hoe het er mee stond. Wel is hij overtuigd, dat hij zijn huisgezin zoo goed onder de tucht had, dat zelfs geene verdenking van diefstal in zijn gemoed opkomt, maar hij had op zijne tucht niet zoozeer moeten vertrouwen, dat hij bij het inbrengen eener beschuldiging niet vreesde. En daarom moeten wij over onbekende zaken ons oordeel leeren opschorten, eveneens om voor anderen niet te antwoorden, opdat onze roekeloosheid ons niet te laat berouwe. Bovendien is het hierdoor gekomen, dat de verontreiniging, die hij terstond had kunnen uitbannen, nog langer in Jacobs huis is blijven bestaan.

32. Dat Rachel de goden had gestolen. Mozes verhaalt, hoe Rachel haren diefstal heeft verborgen gehouden, n.1. dat zij zit-

Sluiten