Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genoemd voordat het gastmaal werd gehouden, doch deze redefiguur is (gelijk wij vroeger zagen) zeer gebruikelijk.

47. Ook noemde Laban hem. Beiden geven naar hunne taal aan den heuvel een naam van dezelfde beteekenis. Daaruit blijkt, dat Laban gewoonlijk Syrisch sprak, hoewel hij afkomstig was uit het geslacht van Heber. Doch het is geen wonder, dat hij wonende te midden van de Syriers, zich zoowel aan hun taal als aan hunne zeden heeft gewend. Ook wordt hij een weinig terug tweemaal de Syriër genoend, alsof Mozes had verklaard, dat hij vervreemd was van de Hebreen. Doch dit schijnt volstrekt niet te passen bij de bovengenoemde geschiedenis, als we lezen, dat Labans dochteren haar zonen Hebreeuwsche namen gaven. Doch dit is niet moeilijk te verklaren, want daar beide talen nauw aan elkaar verwant zijn, was de overgang van het eene woord tot het andere gemakkelijk. Voorts, wijl Jacobs vrouwen gehoorzaam waren, is het geen wonder, dat ze zijne taal hebben geleerd. Zelf heeft hij zonder twijfel zich daarop toegelegd, daar hij toch wist, dat zijn huisgezin van de overige volken afgezonderd was

Dat Mozes nu boven de naam „Galaad" heeft genomen, was een prolepsis. Want daar hij schreef voor zijn eigen tijd, aarzelde hij niet om den gebruikelijken naam te noemen. Overigens besluiten wij hieruit, dat de plechtigheden en gebruiken betrekking hebben op datgene, wat de menschen onderling vaststellen. Deze regel moet gelden voor de Sacramenten, want zoo het woord, waarmee God zich aan ons heeft verbonden er uit wordt weggenomen, blijven er maar onnutte en doode zinnebeelden over.

49. De Hecre oordeele. Aan het oordeel Gods laat Laban de straf over, als de een tegen den ander in zijn afwezigheid zondigt. Het is alsof hij zeide, hoewel de kennis van het onrecht niet tot mij zal doordringen, daar ik ver weg ben, de Heere echter die overal is, moge toezien. En dit gevoelen drukt hij een weinig later nog duidelijker uit als hij zegt : niemand is bij ons, God zal tusschen mij en u getuige zijn. En met deze woorden bedoelt hij, dat God dan de strengste wreker zal zijn van eenig onrecht, als er geen rechter op de wereld is. En ja, als er eenig godsdienstig gevoel in ons leeft, zal Gods tegenwoordigheid ons veel sterker bewegen, dan de aanblik van alle menschen.

Sluiten