Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13. Maar hij zeide tot hem : Mijn heer weet, dat de kinderen zwak zijn, en ik heb schapen en drachtige koeien, indien men die ook maar even afdrijft, zal al het vee sterven.

14. Mijn heer ga toch voorbij voor het aangezicht van zijnen knecht, en ik zal mij voet voor voet richten naar den gang der kudde, die voor mij is, en naar den gang der kinderen, totdat ik kom tot mijnen heer in Seïr.

15. En Ezau zeide: Zal ik van het volk, dat bij mij is een deel bij u doen verblijven? En hij zeide: Waartoe zou dat noodig zijn? Laat mij genade vinden in de oogen mijns heeren.

16. Daarom is Ezau te dienzelve dage teruggekeerd en zijns weegs gegaan naar Seïr.

17. Jacob nu kwam te Succoth, en bouwde voor zich een huis, en maakte hutten voor zijn vee, daarom noemde men den naam dier plaats Succotth.

18. En Jacob kwam ongehinderd tot de stad Sichem, die in het land Kanaan was, als hij terugkwam van Padan-Aran. En hij bleef gelegerd vóór de stad.

19. En hij kocht een deel des velds, waarop hij zijne tent spande, van de hand der zonen Hemors, den vader van Sichem, voor honderd stukken gelds.

20. En hij bouwde daar een altaar, en noemde het „De

God van Israël is sterk."

1. Toen hief Jacob zijne oogen op. Wij hebbe» reeds gezegd hoezeer Jacob voor zijnen broeder vreesde, maar thans nu Ezau nadert, wordt de angst niet alleen weer opgewekt maar zelfs vermeerderd. Want al treedt hij als een dapper en moedig kampvechter in dezen strijd op, toch is hij niet vrij van alle vrees voor gevaar, en daardoor komt het, dat hij niet zonder angst en vrees is Voor een wreed man toch bleef altoos dezelfde oorzaak tot haat bestaan. Ook was het niet waarschijnlijk, dat hij, sinds hij was uitgegaan uit het huis zijns vaders en naar eigen willekeur leefde, er zachter op was geworden. En daarom maakt hij, als in hachelijke omstandigheden en in groot gevaar, die onderscheidene rangordening van vrouwen en kinderen, opdat niet het geheele zaad zou vernie-

Sluiten