Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Erau's kwaadheid thans als 't ware is ingebonden, en niet slechts dit alleen, maar dat zijn gemoed van Godswege is aangeroerd, om met broederlijke gezindheid vervuld te worden. Want ook voor de slechten geldt de door God vastgestelde orde der natuur, wel niet naar dezelfde maatstaf, maar in zooverre als ze beteugeld worden, n. 1. dat ze niet alles met doodslag mogen bezoedelen; en deze regel is ook hoogst noodzakelijk tot behoudenis van het menschelijke geslacht. Want weinigen worden beheerscht door den Geest der aanneming tot kinderen, zoodat zij als broeders de onderlinge liefde onder elkaar trouw bewaren. Dat zij dus elkander wederkeerig ontzien, en niet vol woede tot elkanders verderf op elkaar insnellen, komt alleen door Gods verborgen voorzienigheid, die waakt tot bescherming van het menschelijk geslacht. Doch het leven zijner geloovigen is Gode meer waard, en daarom verwaardigt Hij hen met eene bijzondere zorg. Het is dus volstrekt geen wonder, dat Hij ten behoeve van zijnen knecht Jacob het onstuimige gemoed van Ezau tot zachtheid heeft gestemd.

5. E?i hij hief zijne oogen op. Mozes verhaalt hier het gesprek dat tusschen de beide broeders is gehouden. En betuigde Ezau met tranen en door omhelzing zijne broederlijke liefde, zoo is het allerminst twijfelachtig of zijne vragen omtrent de kinderen komen voort uit de begeerte, om hem daarmee geluk te wenschen. Uit Jacobs antwoord ademt een vromen en bescheiden geest. Immers als hij antwoordt, dat hem door God zulk een talrijk zaad is gegeven, erkent en belijdt hij', dat de kinderen niet zoo maar natuurlijkerwijze geboren worden, overmits dit altoos waar is, dat de vrucht des buiks eene belooning of een geschenk Gods is. Ten minste als de vruchtbaarheid van redelooze dieren eene gave Gods is, hoeveel te meer is dit dan het geval met menschen, die naar zijn Beeld worden geschapen. Laten de vaders dus Gods bijzondere genade leeren opmerken in hun kroost, en die genade verheerlijken. Uit bescheidenheid noemt Jacob zich de knecht zijns broeders. Hierbij nu moet men zich andermaal herinneren, wat ik zooeven heb aangestipt, dat de heilige man inzake zijn eerstgeboorterecht, allerminst bedacht is geweest op aardsch voordeel of eer, want de tot den tijd der openbaring verborgene genade was hem genoeg. En ook ons past het opzijn voorbeeld, zoolang wij op aarde rondwandelen, ons alleen afhankelijk te gevoelen van Gods woord, opdat het ons niet

Sluiten