Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. En Dina ging uit. Dit hoofdstuk bevat een zwaren strijd, waardoor God wederom zijnen knecht heeft geoefend. Hoe hoog hij de kuischheid zijner dochter schatte, kan men gemakkelijk opmaken uit de zuiverheid van zijn geheele leven. Toen hij dus hoorde, dat zij onteerd was, bracht die schanddaad zijn gemoed eene meer dan diepe wonde toe. Doch een weinig later wordt die smart verdriedubbeld, als hij hoort, dat zijne zonen uit lust tot wraak die schandelijke misdaad hadden begaan.

Doch laten wij alles afzonderlijk in volgorde overwegen. Dina wordt geroofd en geschonden, wijl zij haar vaderlijk huis verliet, en vrijer dan behoorde rondzwierf. Zij had stil thuis moeten blijven, gelijk ook de Apostel leert (Tit. 2 : 5) en de natuur zelve ons voorschrijft. Immers past het meisjes die deugd te betrachten, die een algemeen spreekwoord aan de vrouwen heeft toegekend, dat zij huisbewaarsters zijn. De huisvaders krijgen dus een les, om hunne dochters onder strenge tucht te houden, zoo zij ze van alle schande verlangen vrij te houden. Want als eene ijdele nieuwsgierigheid in de dochter van den heiligen Jacob zoo zwaar wordt gestraft, hangt tegenwoordig geen minder gevaar de zwakke meisjes boven 't hoofd, als zij zich in publieke samenkomsten al te stoutmoedig en te graag vertoonen, en den lust der jongelingen uit lokken. Want ongetwijfeld laadt Mozes de schuld voor een deel op Dina zelve, als hij zegt, dat zij is uitgegaan om de dochteren des lands te bezien daar ze onder de oogen harer moeder in de tent had moeten verborgen blijven.

3. En hij hechtte zijne ziel aan Dina. Mozes bedoelt, dat zij niet aldus tot ontucht is vervoerd, dat irichem, haar eenmaal onteerd hebbende, haar verachtte, wat met gewone hoeren gemeenlijk geschiedt. Want hij beminde haar als zijne vrouw, en hij weigert zélfs niet om besneden te worden, als hij haar maar ter vrouwe heeft. Doch de gloed der wellust had de overhand gekregen, zoodat hij haar eerst schande aandeed. Hoe groot en eerlijk zijne liefde tot Dina dus was, in die buitensporigheid had hij echter zwaar gezondigd. Van Sichem wordt gezegd, dat hij sprak naar het "hart van het meisje, d. i. dat hij haar vriendelijk heeft toegesproken, om haar met vleierijen tot zich te lokken, waaruit volgt, dat haar geweld is aangedaan tegen haar zin en terwijl zij tegenstribbelde.

4. En Sichem s/rak tot Hemor. Hier wordt duidelijker uitgedrukt dat Sichem Dina zich tot vrouw heeft begeerd, zijne

Sluiten