Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan het kwaad, dat wij begeeren te verbéteren. „En aldus doet men niet". Eenstemmig vertalen de uitleggers „het betaamt niet, om zoo te doen", doch m. i. slaat dit beter op Jacobs zonen, dat ze besloten, dit onrecht volstrekt niet te zullen verdragen. Doch verkeerdelijk matigen zij zich het recht aan om te straffen ; waarom bedenken zij niet liever, God die ons heeft opgenomen in zijne trouwe bescherming, zal dit onrecht niet ongewroken laten ; ons past het intusschen te zwijgen, en de straf, die niet in onze handen gelegd is, aan zijne keuze over te laten. Hieruit hebben wij te leeren, om over de zonden van anderen zoo te toornen, dat wij toch niets ondernemen dan onze plicht.

8. En Hemor sprak. Schoon Jacobs zonen rechtmatig verbitterd waren, zoo moest toch hunne verontwaardiging gestild worden door deze zoo groote vriendelijkheid van Hemor, of althans daardoor eenigszins verzacht worden. En bijaldien de vriendelijkheid van Hemor, den vader, Jacobs zonen niet kon verzoenen met Sichem zelf, toch verdiende hij als grijsaard welwillend ontvangen te worden. Wij zien immers hoe billijk de voorwaarden zijn, die hij aanbiedt; zelf was hij de vorst van de stad, Jacobs zoren waren slechts bijwoners. Hunne harten moeten dus wel meer dan verbitterd geweest zijn, dat zij niet tot zachtheid zijn te stemmen. Bovendien verdiende Sichem zelf met zijne smeekbede, dat ze hem vergiffenis schonken voor zijne liefdedrift.

Dat zij echter onverzoenlijk bleven is dus een teeken van wreede trotschheid. Wat zouden zij wel gedaan hebben, zoo deze of gene vijand hen met opzet had beleedigd, daar zij niet vermurwd worden op de beden van hem, die door blinde hartstocht uit gemis van zelf beheersching, en niet uit kwaad opzet hen heeft gekrenkt?

13. E11 de zonen van Jacob antwoordden hem. Hier wordt het begin der trouweloosheid verhaald. Daar zij meer in woede dan wel in toorn ontstoken op de geheele stad willen losgaan, en daar zij tegen zulk een groot volk in kracht niet opgewassen waren, dachten zij eene nieuwe list uit, om hen, als zij door wonden verzwakt waren, plotseling aan te vallen. Daar dus bij de ongelukkige Sichemieten geene kracht was overgebleven om weerstand te bieden, was het meer eene slachting dan eene nederlaag, die zij leden. En dit maakt de zonde in Jacobs zonen dubbel zwaar, dat hun niets kon

Sluiten