Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de misdaad heeft veroordeeld, opdat niemand hem van medeplichtigheid aan dat plan zou verdenken. Hij verwijt zijne zonen, dat zij hem bij de inwoners des lands in kwaden reuk hebben gebracht, dat is, zoo gehaat, dat niemand hen zou kunnen verdragen. Wanneer nu de naburige volken onderling samenspanden, zou hij niet bij machte zijn geweest weerstand te bieden, daar hij slechts beschikte over een klein hoopje menschen tegenover zulk een groot aantal. Ook noemt hij met name de Kanaanieten en Ferizieten, omdat die volken, ook al waren zij niet door eenig onrecht gaande gemaakt, toch reeds van nature maar al te zeer geneigd waren tot kwaad doen. Hierin schijnt Jacob verkeerd te handelen, dat hij de beleediging, die God was aangedaan over het hoofd ziet, en alleen rekent met zijn eigen gevaarlijken toestand. Waarom toornt hij niet allermeest over hunne wreedheid? Waarom ergert hij zich niet over hunne trouweloosheid ? Waarom berispt hij niet hunne roofzucht ? Het is echter waarschijnlijk, dat hij, ziende dat zij nog buiten zichzelven waren door hunne jongste misdaad, zijne woorden heeft gericht naar hunne bevatting. Want hij doet alsof hij zich beklaagt, dat zij niet alleen de Sichemieten, maar wat veel erger was, ook hem hadden gedood. Immers weten wij, dat de menschen zelden en met moeite zich laten bewegen tot berouw, door iets anders dan door vrees voor straf. Voornamelijk heeft dit plaats, als voor 't oog nog eenige schijn van waarheid bestaat, om daarmee de misdaad te verbloemen. Ook weten wij niet, of Mozes soms uit de lange bestryffingsrede dit gedeelte alleen als uittreksel geeft. Zijn doel was dan, om de lezers te doen verstaan, dat de woede van Simeon en Levi zoo onzinnig was, dat zij erger nog dan redelooze dieren blind waren voor hun eigen verderf en dat van hun geslacht. Dit nu komt nog duidelijker uitvin hun antwoord. Dit toch toont niet alleen hunne onbeschaafde woestheid, maar ook hunne gevoelloosheid. Onbeschaafdheid is het, dat zij zich verontschuldigen over den moord van een geheel volk en de berooving eener stad wegens het verlies door eén man hun toegebracht. Ten tweede, dat zij hunnen vader zoo kort en bits antwoorden. Ten derde, dat zij de lichtzinnig ondernomene wraak hardnekkig verdedigen. D?6&nu is eene vreeselijke verblindheid, dat het dreigend doodsgevaar van hunne ouders, hunne vrouwen en hunne nakomelingschap hun hart koud laat.

Sluiten