Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kn daarom moet ons, zoo dikwijls wij de goddeloozen in woede zien uitbreken tot ons verderf, deze verschrikking Gcds te binnen komen, opdat wij niet van vrees bezwijken, en onze harten niet door wanhoop worden gebroken. Gemakkelijk toch wordt daardoor de woestheid der geheele wereld, al is ze nog zoo heftig, gebroken.

i. En hij bouwde daar een altaar. Het is reeds gezegd, waarom de heilige vaderen overal waar zij kwamen, een eigen en van de overige volken afgezonderd altaar moesten hebben.

Het was, om te betuigen, dat zij niet de algemeene goden, waaraan destijds de wereld wijd en zijd verkleefd was, dienden, maar dat zijeenen bijzonderen God hadden. Want al wordt God met het hart gediend, toch is de uitwendige belijdenis de onafscheidelijke gezellin van het geloof. Daarom is er niemand, dat niet erkent, hoe nuttig het is, dat wij door uitwendige hulpmiddelen worden opgewekt tot den dienst van God. Werpt iemand ons tegen, dat in het uiterlijk vertoon geen verschil is geweest, dan antwoord ik, dat dit geen gering onderscheid is geweest, dat toen anderen zoo maar in ondoordachten ijver altaren oprichten voor onbekende goden, Jacob zich steeds aan Gods woord heeft vastgeklemd. Want geen altaar is wettig, dat niet geheiligd is door het Woord. Nu muntte Jacobs dienst door geen ander kenmerk uit, dan alleen doordat hij niets ondernam dan op Gods bevel. Dat hij die plaats noemt „God van Bethel", schijnt wel wat al te grof, en toch wordt ook hierin het geloof van den heiligen man geprezen. En dit geschiedt terecht, daar hij zich toch hield binnen de van Godswege voorgeschrevene grenzen. Dwaas handelen de Pauselijken, als zij door eene bijna redelooze ingetogenheid, de eer der nederigheid zoeken te verkrijgen Maar de nederigheid des geloofs is loffelijk, want het verlangt niet wijs te zijn boven 't geen de Heere toelaat. Gelijk nu God als Hij tot ons afdaalt, zich eenigermate verkleint en met ons spreekt, zoo wil Hij ook, dat wij met Hem vertrouwelijk zullen spreken. En dit is de ware wijsheid, dat wij God zoo beminnen, zooals Hij zich schikt naar onze bevatting. Aldus houdt Jacob geene diepzinnige redeneering over het wezen Gods, maar wegens de ontvangene Godspraak gaat hij vertrouwelijk met God om. Wijl hij nu zijn verstand schikt naar de ontvangene openbaring is (gelijk ik gezegd heb), dit vertrouwelijk spreken en die

Sluiten