Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo duidelijk geopenbaard was, en de eerstelingen daarvan nog niet verschenen waren, zoo betaamde het den heiligen vaderen zich des te ijveriger toe te leggen op uitwendige plechtigheden, opdat zij aldus de idee van vernietiging verre zouden houden van den dood. Dat nu Ezau weer in de eerste plaats genoemd wordt, moet ons bij vernieuwing leeren, dat Jacob de vrucht der vaderlijke zegening niet heeft genoten in dit leven. Immers schoon hij volgens recht de eersgeborene was. wordt hij na zijns vaders dood nog achtergesteld bij zijnen broeder.

36ste HOOFDSTUK.

1. Dit nu zijn de geboorten van Ezau, welke is Edom.

2. Ezau nam zijne vrouwen van de dochteren Kanaans, Hadah de dochter van Elon, den Hethiet, en Aholibama de dochter van Ana, de dochter van Sibhon den Heviet.

3. En Bosmath, de dochter van Ismaël, de zuster van Nebaioth.

4. En Hadah baarde Ezau Elifaz en Bosmath baarde Rehuël.

5. En Aholibama baarde Jehus en Jahalam en Corah. Dit zijn de zonen van Ezau, die geboren zijn in het land Kanaan.

(5. En Ezau nam zijne vrouwen, en zijne zonen en zijne dochteren en alle zielen van zijn huis, en zijn vee en alle zijne beesten en al zijne have, die hij verkregen had in het land Kanaan, en hij vertrok naar een ander land van voor het aangezicht van Jacob zijn broeder.

7. Want hunne have was groot, zoodat zij niet samen konden wonen ; noch kon het land hunner vreemdelingschappen hen dragen van wege hun bezit.

8. Derhalve woonde Ezau op het gebergte Seïr. Ezau nu is Edom.

9. En dit zijn de geboorten van Ezau, Edoms vader op het gebergte Seïr.

10. Dit zijn de namen der zonen van Ezau : Elifaz de zoon van Hadah, Ezau's vrouw, Rehuël de zoon van Bosmath, Ezau's vrouw.

11 . 17

Sluiten