Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keipaden, wat Hij besloten had. En daarom zullen wij in deze geschiedenis niet slechts een allerschoonst blijk van de Goddelijke voorzienigheid vinden, maar er komen nog twee andere dingen bij, die inzonderheid opmerking verdienen. In de eerste plaats, dat de Heere op wonderlijke en ongewone wijze zijn werk volvoert. In de tweede plaats, dat Hij het heil zijner Kerk niet uit schitterende heerlijkheid, maar uit dood en graf laat te voorschijn komen. Ja zelfs wordt in Jozefs persoon het levende beeld van Christus vertoond, gelijk nog meer uit den samenhang zal blijken. Wijl deze dingen echter nog meermalen moeten aangehaald worden, zal ik den draad van Mozes verhaal volgen. God verwaardigt den knaap, die op één na de jongste was van de twaalf, met bijzondere eer, door hem den voorrang te geven boven zijne broederen. Aan welke verdienste of aan welke deugd toch zullen wij zeggen, dat hij het te danken heeft, dat hij heer werd over zijne broederen? Wel scheen hij later dit te verkrijgen, door de groote weldaad, die hij bewees. Doch uit zijne droomen verstaan wij, dat dit eene vrije gift van Gods genade geweest is, die allerminst afhing van Jozefs weldadigheid. Integendeel enkel door de gunst Gods werd hij bestemd, om de voornaamste te zijn, opdat hij jegens zijne broederen weldadig zou zijn. Terwijl nu de Heere destijds gewoon was op tweeërlei wijze zijne verborgenheden te openbaren, door gezichten en door droomen (Num. 12 : 6), zoo wordt hier gesproken van laatstgenoemde wijze. Want op de gewone manier had Jozef ten minste meermalen gedroomd, maar Mozes geeft te kennen, dat hem van Godswege een droom is gegeven, die de kracht en het gewicht had van eene Godspraak. Wij weten, dat droomen dikwijls ontstaan uit dagelijksche overdenkingen, en dat ze soms het teeken zijn van ongesteldheid des lichaams. Doch zoo dikwijls God zijn Raad door droomen wilde bekend maken, gaf Hij tevens vaste kenteekenen, om ze te onderscheiden van verwarde en ijdele gedachten, zoodat de geloofwaardigheid en het gezag daarvan zeker vaststond. Aldus werd Jozef vast overtuigd, dat hij niet door eene ijdele verschijning was bedrogen, zoodat hij zijn droom als eene hemelsche Godspraak onbeschroomd openbaarde. Dat nu door een teeken ontleend aan het landbouwbedrijf, hem de heerschappij is beloofd, was oogenschijnlijk niet dienstig, om hem hiervan te onderrichten. Immers wij weten, dat Jacobs zonen geen landbouwers,

Sluiten