Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bloei der jaren, wordt niet hetzelfde gezegd. Ik twijfel er daarom niet aan, of het is eene ontzettende en algemeen bekende slechtheid geweest, waarop de dood als straf volgde. Toch was dit op zichzelf beschouwd eene zware beproeving voor den aartsvader, want niets was er, dat zijn hart meer kwelde, dan dat hij moeilijk kon verwachten, dat Gods belofte zou vervuld worden, als de erfenis der genade in handen bleef van slechte en bedorvene menschen. De energie ten minste wordt gerekend te behooren tot het geluk der menschen. Maar dit was de bijzondere levenswijze van den heiligen man, dat God hem een uitverkoren en gezegend zaad beloofd had. Maar thans ziet hij dat gelijk met zijn zaad ook het vervloekte zaad zich uitbreidt en toeneemt, om de toekomstige genade te verijdelen. Wel wordt van dezen gezegd dat "hij slecht was voor den Heere, maar toch was zijne slechtheid ook voor de menschen niet verborgen. Mozes toch bedoelt, dat hij niet slechts aan gewone zonden schuldig stond, maar dat hij zoozeer overgegeven is geweest aan schanddaden, dat hij niet meer te verdragen was voor het aangezicht Gods.

17. En de Heerc doodde hem. Wij weten, dat een lang ieven gerekend wordt te behooren tot de gaven Gods, en dat terecht. Want daar onze schepping naar Gods Beeld eene volstrekt niet te versmadene eer is, is het zeker, dat naar mate iemand langer op de wereld onderhouden wordt, om dagelijks Gods vaderlijke zorg jegens zich te ervaren, hij daarin des te rijker door den Heere bedeeld wordt. Ja te midden van zoovele ellenden, waarvan het leven vol is, straalt toch deze goedheid Gods uit, dat God ons tot zich noodigt, en in zijne kennis oefent, en tevens ons met zulk eene waardigheid bekleedt, dat hij alles wat in de wereld is aan onze heerschappij onderwerpt. En daarom is het geen wonder, dat God om de menschen eene weldaad te bewijzen, hun leven verlengt. En daaruit volgt, dat als goddeloozen door eenen ontijdigen dood worden weggenomen, zij gestraft worden voor misdrijven. Immers het is alsof de Heere van den hemel het oordeel uitspreekt, dat zij onwaardig zijn, om langer het gewone levenslicht te genieten. Laten wij derhalve, zoolang God ons op de wereld laat leven, zijne weldaden leeren overdenken, opdat elk voor zich des te ijveriger het van Hem ontvangene leven tot Zijnen lof bestede. Hoewel nu ook nog een spoedige dood onder Gods straffen moet ge-

Sluiten