Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als het geoorloofd is, vreemde kinderen onder te schuiven, en een naam te stelen, om die aan onechte kinderen te geven ? Iïn op deze de aan de wettige erfgenamen ontstolene have over te brengen. Het is dus geen wonder, dat ouJtijds de huwelijkstrouw in dit opzicht zoo streng werd bewaakt. Maar des te schandelijker en te minder te verontschuldigen is daarom onze nalatigheid, dat wij overspel door straffeloosheid begunstigen. Wel ■schijnt de doodstraf te hard te zijn in vergelijking met den aard der misdaad. Maar waarom straffen wij dan lichtere zonden met grootere strengheid ? Voorwaar de werelJ is door Satans listen verstrikt, dit imn d* allen van nature ingeschapene wet heeft laten verouderen. Nu heeft men voor die groote razernij een schijn van waarheid gezocht, n.1. dat Christus eene overspelige vrouw ongedeerd heeft laten gaan (Joh 8 : 11), alsof Hij dus de straf moest voltrekken aan dieven, moordenaren, meineedigen of giftmengers, 't Is dus verkeerd, dat men uit deze daad van Christus eenen regel haalt, die opzettelijk indruischt tegen de taak van den aardschen rechter. Toch vraagt men, hoe Juda, toen hij beleedigd was, zich zoo driest het recht kon aanmatigen, om met het zwaard te straffen. Ja daar hij een vreemdeling was, vanwaar had hij dan de vrijheid, om te beslissen over dood en leven? Ik antwoord, dat de woorden niet zoo moeten worden opgevat, alsof hij beveelt zijne schoondochter ter dood te brengen, alsof de gerechtsdienaars klaar stonden om zijne schoondochter te grijpen, maar wijl de schuld ontdekt en bekend was, spreekt hij vrij als beschuldiger de straf uit, alsof het vonnis reeds door de rechters was geveld. Ik voor mij twijfel er niet aan, of men was toen gewoon volksvergaderingen te houden, waarin de vonnissen werden geveld, en daarom versta ik eenvoudig, dat Juda heeft bevolen Thamar voor te brengen, opdat zij, nu de zaak eenmaal bekend was, naar de gewone wijze zou worden gestraft. Doch de verklaring aangaande de straf doelt hierop, dat zij nog niet bindend is, want voordat Thamar wordt gedagvaard is de beschuldiging ingetrokken.

26. En Juda herkende ze. Dat het verwijt zoo openlijk geschiedde, kwam voort uit de zwaarte der straf. Want zij zoekt geene samenspreking met haren schoonvader, om zijn hart tot zachtheid te stemmen, maar met besliste doodsverachting roept zij hem te hulp. Dat Juda terstond toegeeft, is aan zijne deugzaamheid toe te schrijven. Want wij zien, door hoevele

Sluiten