Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nekkig blijven, terwijl Hij intusschen hunnen voorspoed vervloekt. Daarom als zij meenen, dat zij tot het toppunt van geluk zijn geklommen, keert de voorspoed, waarover zij zich verheugden, hun ten verderve. Zoo dikwijls Hij nu den menschen, hetzij vreemden, hetzij bekenden, zijne zegening onthoudt, moeten zij noodzakelijk gebrek lijden, want alleen uit die bron vloeien alle goede gaven. Wel schrijft de wereld de fortuin de macht toe, waardoor de menschel ij ke zaken worden geleid, en aanbidt elk zijne eigene vlijt, maar de Schrift trekt ons af van die verkeerde inbeelding, en getuigt, dat tegenspoed het. teeken is van Gods afwezigheid, maar voorspoed het teeken van zijne nabijheid. Nu is het volstrekt niet twijfelachtig, of de bijzondere en zeldzame gunst Gods jegens Jozef is openbaar geworden, zoodat daaruit gemakkelijk was op te maken, dat hij van God gezegend werd. I och laat Mozes terstond hierop volgen, dat Jozef bij zijnen heer geweest is, opJat wij zouden weten, dat hij niet terstond zoo hoog is verheven, dat zijn staat eervol werd. Niets was toen meer wenschelijk voor hem dan vrijheid, maar hij wordt onder de slaven gerekend, hij leefde als het ware van gunst, daar zijn leven aan den wil zijns heeren was onderworpen. Laten wij dus hieruit leeren, ook te midden onzer ellenden Gods genade te beseffen en Iaat het ons voldoende, zijn, als wij iets hards hebben te dragen, dat dit eenigermate wordt verzacht, opdat wij niet ondankbaar zijn jegens God, die aldus toont, dat Hij ons nabij is

3. En de Hcere zag, dat. Hieruit blijkt nog duidelijker, wat ik onlangs heb aangestipt, dat Gods genade niet op algemeene of op gewone wijze in Jozef is uitgeblonken. Immers een onheilig, en in dit opzicht bijna blind man kon haar opmerken. Daarom is onze ondankbaarheid des te schandelijker, als wij niet al onze voorspoedige uitkomsten aan God als Gever toeschrijven, daar de Schrift ons herhaaldelijk leert, dat niets van de menschelijke plannen of arbeid of middelen, welke men ook uitdenkt, gelukt dan in zooverre als God ze zegent. Dat nu 1'otifar daardoor te meer rekening houdt met Jozef, zoodat hij hem over zijn huis stelt, daaruit maken wij op, dat onheilige menschen door godsvrucht worden getroffen, zoodat zij gedwongen worden Gode eere te geven. Toch openbaart zich anderzijds ondankbaarheid, daar hij God veracht, Wiens gaven hij naar waarde schat in Jozefs persoon. Hij had ten minste

Sluiten