Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18. En Jozef antwoordde en zeide: Dit is zijne uitlegging: De drie korven zijn drie dagen.

19. Ten einde van drie dagen zal Pharao uw hoofd van u wegnemen, en u aan een hout hangen, en de vogelen zullen uw vleesch van u pikken.

20 En het geschiedde ten derden dage, den dag waarop Pharao geboren was, dat hij eenen maaltijd aanlegde voor al zijne knechten, en hij verhief het hoofd van den overste der schenkers, en het hoofd van den overste der bakkers in hun midden.

21. En hij deed den overste der schenkers wederkeeren tot zijn schenkersambt, en hij gaf den beker op Pharao's hand.

22. Den overste der bakkers echter hing hij op, gelijk Jozef hem had uitgelegd.

23. Maar de overste der schenkers dacht aan Jozef niet,*?" doch vergat hem.

1. Na dezen zondigden. Reeds zagen wij, dat toen Jozef in boeien was, God voor hem zorgde.

Vanwaar toch die verademing, dan alleen uit hemelsche genade? Dus voordat God de deur opende voor zijnen knecht om er uit te gaan, drong Hij tot in den kerker door, om hem met zijne hulp bij te staan. Maar een veel schitterender weldaad volgt, dat hij niet slechts uit de gevangenis is bevrijd, maar zelfs tot den hoogsten trap van eer is opgevoerd. Intusschen leidde Gods voorzienigheid den vromen man langs won derlijkeen zeer uiteenloopende wegen. De schenker en de bakker des konings werden in de gevangenis gezet.

Jozef verklaart hunne, droomen. Wijl den schenker de herstelling in zijne eer werd toegezegd, straalt er voor den vromen Jozef eenig bemoedigend licht door. Immers de schenker nam op zich, om zoodra hij in zijn vorigen staat was teruggekeerd, zijne voorspraak te zijn, tot verkrijging van gratie. Doch andermaal verdween die hoop spoedig, toen de schenker zich niet verwaardigde, over den ongelukkige tot den koning te spreken. Toen meende Jozef in eeuwige vergetelheid begraven te zijn, totdat de Heere het onderdrukte en bijna uitgedoofde licht plotseling opnieuw ontstak- Hoewel Hij den vromen man langs

Sluiten