Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ming te verleenen. Want ofschoon meestal de slechtsten beschermers vinden, zoo is toch de aanbeveling, door eerzucht uitgelokt, die een misdadiger aan de rechtmatige straf ontrukt, op zich zelf beschouwd eene verfoeielijke zaak. Het is echter waarschijnlijk, dat Jozef zijne geheele zaak heeft blootgelegd, totdat hij het geloof aan zijne onschuld bij den schenker had bevestigd.

16. En de overste der bakkers zag. Hij bekommerde zich er niet om, dat Jozef zulk een bekwaam en trouw uitlegger was. Wijl deze echter aan zijnen metgezel eene blijde en voordeelige tijding had gebracht, begeert hij ook de uitlegging van zijnen droom, in de hoop, dat deze naar zijn zin zou zijn. Aldus zoeken zeer velen begeerig en ijverig het Woord Gods, niet omdat zij alleen door den Heere verlangen bestuurd te worden, en begeeren, dat hun geopenbaard worde wat recht is, maar omdat zij enkel droomen van genot. Als echter de leer niet voldoet aan hunne genegenheden gaan zij bedroefd en gewond heen. Hoewel nu de uitlegging des drooms onaangenaam en hard zou zijn, zoo volvoert Jozef toch te goeder trouw de hem van God opgelegde taak, door zonder opsmuk te verklaren, wat hem geopenbaard was. Deze vrijheid moeten profeten en leeraars hoog houden, om zonder aarzelen met hunne leer diegenen te wonden, aan wien God den dood aankondigt.

Niemand is er, die niet verlangt, dat hem genoegen gegeven worde. Hiervandaan komt het, dat het grootste deel der leeraars door de slechte wenschen der wereld te willen inwilligen, het Woord Gods verdraaien. En daarom is niemand een oprecht dienaar van Gods Woord, die niet zoo dikwijls het noodig is alle haat veracht, en bereid om zich aan tal van beleedigingen bloot te stellen, zijne wijze van leeren naar Gods bevel inricht. Wel had Jozef begeerd aan beiden eene gunstige voorspelling te kunnen geven, maar omdat het niet in zijne macht stond aan elk een gunstig lot te geven, spreekt hij het overige zoo uit, als hij het oorspronkelijk van den Heere had ontvangen. Zoo moesten oudtijds, hoewel het volk profeten begeerde, die eenen overvloed van wijn en olie en koren beloofden, en het op de vrome profeten smaalde, omdat zij niets dan moeite deden komen (want deze klacht wordt Micha 2 vs. 6 genoemd) de knechten des Heeren, die gezonden waren, om straf aan te kondigen toch ernstig voortgaan, hoewel zij zich haat en gevaren op den halg haalden,

Sluiten