Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijl anders het ongunstig vermoeden bij den koning moest opkomen, dat zijn knecht dacht, dat hem onrecht was aangedaan, en om de kwetsende gedachte te voorkomen, dat hij geen gevoèl had voor eene ontvangene weldaad. Immers wij weten hoe licht geraakt het hart der koningen is, en de hoveling had door langdurige ervaring dit geleerd. Derhalve zegt hij vooraf, dat hij naar recht in de gevangenis was geworpen Daaruit volgt dan, dat het aan des konings barmhartigheid was te danken, dat hij tot zijnen vorigen staat was teruggekeerd.

14. Toen zond. Pharao heen cn liet hem roepen. In den per soon van dezen aanzienlijken koning zien wij als in een spiegel, wat de nood doet. Zij, die in blijdschap en voorspoed leven, verwaardigen zich nauwelijks zelfs diegenen, die zij voor profeten houden te hooren zoover is het er vandaan, dat zij het oor leenen zouden aan onbekende menschen. En daarom moest Pharao eerst zijn trots bedwingen, voordat hij Jozef liet halen, en hem als leermeester boven zich stelde. Ja deze zelfde voorbereiding hebben ook de uitverkorenen nog noodig, omdat zij nooit waarlijk leerzaam zouden zijn, 'zoo niet de trotschheid des vleesches werd ten onder gebracht.

Laten wij dus, zco dikwijls wij in zware moeielijkheden worden gewikkeld, die ons in verwarring en vrees houden, weten, dat God op die wijze voor ons zorgt, om ons gehoorzaam te maken. Uit Mozes verhaal dat Jozef, voordat hij voor het aangezicht des konings kwam, van kleeding is verwisseld, maken wij op, dat hij vuil gekleed is geweest. Dezelfde strekking heeft m. i. de toevoeging aangaande het scheren. Want daar dit volk eene vrouwelijke verwijfdheid bezat, is het waarschijnlijk, dat zij die zich toelegden op pronken en deftigheid, hun haar hebben laten groeien.

Doch gelijk Jozef zijne vuile kleeren uittrok, zoo wordt hij ook, opdat geene haveloosheid aan hem zou overig blijven, geschoren. Laten wij dus weten, dat de knecht Gods in het vuil heeft gelegen tot op den dag zijner bevrijding.

15. Toen zeiae Pharao tot Jozef. Wij zien, dat Pharao zich aanbiedt als leerling aan Jozef, daar hij uit het verhaal des schenkers was overtuigd geworden, dat hij een profeet Gods was. Wel is de nederbuigendheid eene gedwongene, doch dit wordt ons uitdrukkelijk verklaard, opdat het ons als de gelegenheid tot spreken wordt aangeboden, niet zou tegenstaan,

Sluiten