Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

godheid. Deze bijzondere kennis straalt dikwerf ongeloovige menschen in de oogen, zonder dat zij daardoor tot bekeering komen. En daardoor worden wij vermaand, dat alle eerste beginselen van weinig beteekenis zijn zoolang daaruit niet de ware godsvrucht ontstaat en van kracht wordt.

40. Gij zult zijn over mijn huis. Jozef wordt niet slechts over Egypte gesteld, maar ook met koninklijke onderscheiding vereerd, zoodat allen hem eerbiedig moesten eeren en zijn bevel gehoorzamen. De zegelring wordt aan zijnen vinger gehecht, om besluiten kracht van wet te geven. Hij wordt met linnen bekleed, welke kleederen destijds tot de weelde behoorden, en van geen geringen prijs waren. Hij wordt gezet op eenen wagen, hetgeen het hoogste eereteeken was. Men vraagt echter, of het den vromen man geoorloofd was, zich in zulk eene schitterende pracht te vertoonen. Ik antwoord, dat alhoewel weelderigheid bijna nooit vrij is van zonde, en daarom matigheid in den uitwendigen dienst het best is, daarom toch niet alle pracht in koningen en andere grooten der wereld te veroordeelen is, zoo zij maar niet al te begeerig daarnaar staan, noch trotsch daarop zijn. Wel moet steeds middelmatigheid worden in acht genomen, doch wijl het niet vrij stond aan Jozef, om de mate voor te schrijven, en het koninklijk gezag hem zonder de gebruikelijke versiering niet zou zijn toegestaan, stond het hem vrij meer aan te nemen, dan begeerlijk voor hem was. Want zoo aan Gods knechten de keuze wordt gelaten, is niets veiliger dan alle mogelijke weelde te vermijden. Waar het echter noodig is, zich te schikken naar de algemeene gewoonte, hebben zij ijdele vertooning en alle ijdelheid te vermijden.

Wat de woorden betreft, lezen anderen, waar wij vertalen „het geheele volk zal uw gelaat kussen" liever „gewapend worden" en anderen „op uw wenk en bevel zal het gespijzigd worden". Wijl echter de eigenlijke beteekenis van het woord ptTJ (naschak) is „kussen", zie ik niet in, waarom de uitleggers dit tot eene andere beteekenis moeten verdraaien. Toch meen ik niet, dat hier het gewone teeken van aanbidding aangeduid wordt, maar het schijnt meer eene overdrachtelijke spreekwijze te zijn, dat het volk hem vriendelijk zal ontvangen, en gehoorzaam zal aanvaarden al wat voortkomt uit Jozefs mond. Het is alsof Pharao had gezegd : wat hij ook beveelt, wil ik dat met algemeene toestemming des volks zal worden aangenomen, zoo-

Sluiten