Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij blijven in voor de hand liggende en natuurlijke oorzaken hangen, en binden ons uit het samenweefsel daarvan een blinddoek voor de oogen. Wijl er echter haast geen duidelijker schilderij bestaat van de Goddelijke voorzienigheid dan deze geschiedenis, moeten de godvruchtige lezers zich in de overdenking daarvan trouw oefenen, ten einde te weten dat schijnbaar toevallige dingen, door Gods hand worden bestuurd.

Wat ziet gij op elkander. Men zegt dat de menschen op elkaar zien, als de een op den ander wacht, en niemand iets durft ondernemen, bij gebrek aan overleg. Jacob berispt dus het talmen zijner zonen, dat niemand van hen zijn best doet om in den oogenblikkelijken nood te voorzien. Mozes zegt, dat zij naar Egypte zijn getrokken, op bevel huns vaders, en wel zonder Benjamin. En daarmee geeft hij te kennen, dat het ontzag voor hunnen vader sterk was, want geen afkeer weerhield hen, om met achterlating van vrouwen en kinderen den verren reis te aanvaarden. Ook voegt hij er aan toe, dat zij gekomen zijn onder den toeloop van eene groote schare. En dit verhoogt Jozefs lof, dat hij niet alleen aan geheel Egypte leeftocht verstrekte, en naar eenen vasten maatstaf bleef uitdeelen tot op het einde der onvruchtbaarheid, maar ook nog iets uitdeelde aan de naburige volken tot onderhoud.

6. En Jozef was heer over het land. Jozef vereenigde in zich etrgevoel, trouw en ijver. Want al bezat hij de hoogste macht, toch draagt hij zelf zooveel van den last als hij maar kan, evengoed als een daglooner, die zijnen dienst aanbiedt. En uit dit voorbeeld hebben wij te leeren, dat elk voor zich, al onderscheidt hij zich door hoogen staat, het ijverigst moet zijn. Maar zij, die in hunne waardigheid lui willen zijn, keeren de heilige ordening Gods geheel om. Dat nu Jozef koren verkocht vatte men zoo op, niet dat hij zelf met eigen handen dit heeft uitgemeten, noch zelf geld heeft gewisseld, want het was in vele deelen van het rijk te koop, en ook was een alleen voor eene enkele schuur niet voldoende, maar dat op hem de geheele administratie rustte.

7. En hij hield zich vreemd voor hen. Men vraagt hoe Jozef er toe kwam om zijne broeders met bedreigingen en vrees aldus te kwellen. Want als hij door het geledene onrecht werd gedreven, is zijn dorst naar wraak niet te verontschuldigen. Het is echter waarschijnlijk, dat hij noch door toorn, noch door wraaklust is geleid, maar dat hij door twee rechtmatige beweegredenen

Sluiten