Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Om die reden biedt ook Juda zich aan als borg. Want hij belooft niets aangaande den uitslag hunner poging, maar alleen om zichzelven en zijne broederen te zuiveren, neemt hij Benjamin voor zijne rekening op die voorwaarde, dat zoo hem eenig onrecht wordt aangedaan, hij zelf de straf en de schuld op zich zal nemen.

Voorts moeten wij uit het voorbeeld van Jacob verdraagzaamheid leeren, daar de Heere ons dikwerf als hetware de duimschroeven aandoet en ons dwingt om tegen onzen zin vele dingen te doen. Immers hij laat zijnen zoon medegaan alsof hij hem ter dood overgaf.

12. Neemt van de beste vruchten. Hoewel de vruchten, die Mozes opnoemt, grootendeels niet kostbaar waren, wijl de toestand van den vromen Jacob niet van dien aard was, dat hij eenig koninklijk geschenk kon zenden, naar dat zijn middelmatig vermogen groot was, zoo had hij toch de bedoeling, om Jozef te bevredigen. Ook weten wij, dat vruchten niet altoos naar den prijs worden geschat. Ten slotte toen hij zijne zonen bevelen had gegeven, aangaande hetgeen hij nuttig oordeelde, keert hij zich tot gebed, opdat God hen gunst zou schenken bij den praefect van Egypte. Beide dingen hebben ook wij te doen, zoo dikwijls wij in de eene of andere zaak zijn gewikkeld, want men mag niets van datgene wat noodig is, of nuttig schijnt te zijn, weglaten, en toch behoort men zich op God te verlaten. Want de geloofsrust heeft niets gemeen met luiheid, maar elk, die van den Heere eenen goeden uitslag zijner zaken verwacht, ziet tevens op de middelen, die voor de hand liggen, en wendt deze aan tot oogenblikkelijk voordeel. Deze bescheidenheid echter moeten de geloovigen intusschen bewaren, dat zij na alles ijverig te hebben beproefd, toch niets toeschrijven aan hunnen ijver, maar zich vast overtuigd houden, dat alle pogingen te vergeefs zullen zijn, zoo de Heere niet zegent. Ook is in den vorm der bede dit opmerkelijk, dat Jacob het hart der menschen aan Gods wil onderworpen acht. Als wij met menschen te doen hebben, vergeten wij op God te letten, omdat wij niet erkennen gelijk ons betaamt, dat Hij de verborgene bestuurder is der harten. Hoezeer ook de menschen door teugelloozen dwang zich laten leiden, zoo staat het toch vast, dat van Godswege hunne hartstochten naar beide zijden worden pmgehogen, hetzij Hij zoq dikwerf het Hem goeddunkt de

Sluiten