Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot deze onderscheiding, dat God het eene wil en het andere toelaat, alsof dus, zoolang Hij toefde, alle mogelijke vrijheid van handelen bij de menschen zou bestaan. Zoo God slechts had toegelaten, dat Jozef naar Egypte werd gevoerd, zou Hij hem niet bestemd hebben tot een dienaar der behoudenis van zijnen vader Jacob en diens zonen, hetgeen thans hem voornamelijk wordt toegekend. Weg dus met dit ijdele verzinsel, dat het kwade slechts met Gods toelating, met niet dan Zijn raad en wil geschiedt, terwijl Hij zelf het later tot een goed einde richt. Met het kwade heb ik menschen op het oog, die geen ander hoofddoel hebben dan verkeerd te handelen. Gelijk nu in hen de zonde huisvest, zoo moet ook de geheele schuld op hen worden geladen. God werkt echter op wonderlijke wijze door middel van dezen om uit den onzuiveren droesem eene zuivere rechtvaardigheid te doen voortkomen. Deze handelwijze is verborgen en veel te diep voor ons verstand. Daarom is het geen wonder, zoo de ongebondenheid des vleesches daartegen opkomt. Maar wij hebben des te vlijtiger toe te zien, en niet te trachten die onmetelijke diepte tot onze enge grenzen te beperken. Derhalve blijft dit gevoelen vaststaan, dat al komen de menschelijke hartstochten tot uitbarsting, en al worden deze ongeregeld her- en derwaarts geslingerd, God toch deze beheerscht, en dat Hij hunne bewegingen door eenen verborgenen teugel richt naar zijn goedvinden. Tevens houde men echter ook dit vast, dat God zuiver handelt, zoodat niet de minste zonde aan zijne voorzienigheid kleeft, en zijne besluiten niets gemeen hebben met de ondeugden der menschen. Hiervan nu wordt ons de prachtigste schilderij voor oogen gehouden in deze geschiedenis. Jozef was verkocht door zijne broeders, en met geen ander doel, dan dat zij wilden dat hij op de eene of andere wijze omkwam of verdween. Hetzelfde werk nu wordt aan God toegeschreven, maar met een geheel ander oogmerk, n.1. opdat ten tijde des hongers het huis Jacobs boven alle verwachting voedsel zou hebben. Zoo wilde Hij als het ware voor korten tijd Jozefs dood, om hem plotseling als behouder des levens uit het graf te rukken. En daaruit blijkt, dat hoezeer Hij ook hetzelfde schijnt te doen in den beginne als de goddeloozen, er toch een verre afstand is tusschen hunne misdaad en zijn bewonderenswaardig oordeel.

Laten wij nu Jozefs woorden overwegen. Hij schijnt tot

Sluiten