Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geloof, dat het dagelijksch gebruik de stilzwijgende tegenstelling is van verwisseling.

24. Wordt niet verontrust. Enkelen verklaren dit zoo, dat Jozef zijne broeders smeekt om gerust te zijn van harte, en zich niet al te zeer bevreesd te maken. Maar hij maant hen Veeleer aan tot onderlinge vrede. Want schoon het woord (ragats) nu eens beven, dan weer verschrikken, dan Weer verontrust worden beteekent, past de laatstgenoemde betcekenis het best bij deze plaats. Wij weten immers, dat de kinderen Gods niet alleen verzoeningsgezind zijn, zoo hun eenig onrecht is aangedaan, maar dat zij ook zorgen, dat anderen onderling eendrachtig handelen. Jozef was verzoend met zijne broeders, en tevens maant hij hen aan, om geen twist te verwekken. Immers het stond te vreezen, dat elk om zich te bevrijden de misdaad op de anderen zou trachten over te dragen, en zoo zou er twist kunnen ontstaan. Deze voorkomendheid van Jozef hebben wij na te volgen, om zooveel in ons vermogen is, twisten en woordenstrijd te voorkomen. Want Christus eischt van zijne discipelen niet alleen, dat zij den vrede beminnen, maar ook om vrede te stichten (Matth. 5 vs. 9). En daarom is het onze roeping, om bijtijds aan alle twisten de stof en de geleheid te ontnemen. Voorts hebben wij te weten, dat het onderricht van Jozef aan zijne broederen ons alleen door Gods Geest wordt gegeven, dat wij n.1. niet tegen elkander verbitterd zouden zijn. Omdat het echter haast altijd in gemeenschappelijke zonden voorkomt, dat de een den ander door draaien belastert, moet ieder voor zich leeren, zijne schuld te kennen en te belijden, opdat niet uit dit geharrewar strijd ontsta.

26. En zijn hart versmolt. Wij weten, dat enkelen door plotselinge en onverwachte blijdschap buiten zichzelf geweest zijn. Daarom vatten enkelen dit zoo op, dat Jacobs hart benauwd is geweest, omdat hij als door eene zinsverbijsterende verrukking was aangegrepen. Maar Mozes duidt eene andere oorzaak aan, n.1. dat hij zijne zonen niet geloofde, omdat hij tusschen hoop en vrees bekneld was. Wij weten echter, dat zij die op het hooren van eene ongelooflijke tijding in tweestrijd verkeeren, als het ware buiten zichzelven geraken.

't Was dus maar geen eenvoudige aandoening van blijdschap, maar eene zekere verwarring die Jacobs geest beroerde. Daarom zegt Mozes een weinig verder, dat zijn geest herleefde,

Sluiten