Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooeven heb gezegd, opdat wij zouden weten dat deze daad iets buitengewoons geweest is. En dezen dienst brengt hij aan den God zijns vaders, om te betuigen, dat al ging hij weg uit het land, waarheen Abraham was geroepen, hij toch niet afvallig werd van dien God, in wiens dienst hij was opgevoed.

Voorwaar eene heerlijke standvastigheid, dat hij, schoon door honger naar een ander land verdreven, zoodat hij zelfs niet als vreemdeling mocht omzwerven in het land, waarvan hij de rechtmatige heer was, toch, hoewel zijn recht is verborgen, de hoop in zijn hart besloten houdt. Niet zonder haat op te wekken diende hij den God zijns vaders, en daardoor was hij openlijk van de overige volken onderscheiden. Welk voordeel had hij nu genoten van dezen afgezonderden godsdienst ? Dat het hem niet berouwt, den God zijns vaders te hebben gediend, en hij ook nu nog volhardt in de vrees en de eerbied voor Hem, doet ons zien, hoe diep de ware godsvrucht in hem geworteld was. Maar hij versterkt zich door eene offerande en belijdt daardoor zijn geloof. Want al is de godsvrucht niet gebonden aan uitwendige teekenen, toch wilde hij die steun niet verwaarloozen, omdat hij had ervaren, dat het gebruik daarvan volstrekt niet overbodig was.

2. En God zeide ioi Israƫl. Op deze wijze toonde God, dat Hem Jacobs offer aangenaam was, en van zijnen kant strekt Hij de hand naar Hem uit, om op nieuw zijn verbond vast te maken. Het nachtgezicht had deze kracht, dat het aan de Godspraak grootere heerlijkheid bijzette.

Wel behoefde Jacob, leerzaam en gehoorzaam als hij was jegens God, volstrekt niet door geweld en vrees gedwongen te worden, maar omdat hij een vleeschelijk mensch was, was het nuttig om eenigermate onder den indruk te komen van Gods luisterrijke tegenwoordigheid, opdat het woord des te krachtiger in zijn hart zou doordringen. Overigens hebben wij ons te herinneren, wat ik te voren heb gezegd, dat het woord daaraan verbonden is geweest, omdat eene stomme verschijning niets of althans te weinig zou gebaat hebben. Wij weten, dat het bijgeloof gaarne zich vastklemt aan schimmen, en daardoor komt het, dat het God van gedaante laat veranderen. Omdat echter zonder het woord geen levend beeld van God kan bestaan, heeft God zoo dikwijls Hij aan zijne knechten is verschenen, tevens gesproken. En daarom laten wij bij alle teekenen steeds letten

Sluiten