Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20. En Jozef kocht het geheele land van Egypte voor Pharao, want elk der Egyptenaren verkocht zijnen akker, omdat de honger de overhand op hen had gekregen, en het land behoorde aan Pharao.

21. En hij deed het volk overgaan tot de steden van het uiterste der landpalen van Egypte tot het andere uiteinde.

22. Alleen het land der priesters kocht hij niet, omdat de priesters een bescheiden deel van Pharao hadden, en hun deel aten, dat Pharao hen gaf, daarom verkochten zij hun land niet.

23. Toen zeide Jozef tot het volk: Zie, ik heb u heden gekocht, en uw land voor Pharao ; zie hier is zaad voor u, en bezaait het land.

24. En het zal geschieden, dat gij van de vruchten het vijfde deel aan Pharao zult geven, en vier deelen zullen voor u zijn tot zaad voor den akker, en tot spijs voor u, en voor hen, die in uwe huizen zijn, en om te eten voor uwe kinderkens.

25. En zij zeiden, gij hebt ons levend gemaakt, laat ons genade vinden in de oogen van uwen heer, en wij zullen knechten van Pharao zijn.

26. En Jozef zette dit tot eene instelling tot op dezen dag toe, dat het land van Egypte aan Pharao toekwam voor het vijfde deel. Alleen het land der priesters was niet van Pharao.

27. En Israël woonde in Egypteland, in het land Gosen en zij hadden eene verblijfplaats daarin, en namen toe en zijn zeer vermenigvuldigd.

28. En Jacob leefde in Egypteland zeventien jaren en de dagen van Jacob, de jaren zijns levens waren honderd en zeven en veertig jaren.

29. De dagen van Israël nu naderden, dat hij sterven zou en hij riep zijnen zoon Jozef tot zich enen zeide tot hem : Zoo ik toch genade gevonden heb in uwe oogen, leg toch uwe hand onder mijne heup, en doe bij mij barmhartigheid en waarheid ; begraaf mij toch niet in Egypte.

30. En ik zal slapen bij mijne vaderen, en gij zult mij opnemen uit Egypte, en mij begraven in hun graf. En hij zeide: Ik zal doen naar uw woord.

Sluiten