Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijkt toch uit het verband, dat niets minder in hun plan lag dan Jozef door hunne onstuimigheid te verschrikken, daar zij als smeekelingen zijn medelijden inroepen. Daarom heeft die ondervraging „waarom zouden wij sterven voor uw aangezicht ?" geen andere strekking, dan om uit te drukken, dat zij verloren zijn, zoo zijne barmhartigheid hun niet te hulp komt. Maar hoe, zoo vraagt men, hebben de Kanaanieten het leven behouden ? Het lijdt althans geen twijfel, of eene zware pestilentie, gewoonlijk met hongersnood gepaard gaande, heeft velen weggemaaid en zoo er geene hulp üit andere streken is opgedaagd, hebben zij op ellendige wijze van kruiden en wortels geleefd. Misschien was daar de onvruchtbaarheid ook niet zoo groot, zoodat zij nog wel de helft of het derde deel van hunnen leeftocht van de akkers konden trekken.

16. Geeft uw vee. 't Was een beklagenswaardig schouwspel, dat zelfs steenen harten moest roeren, om te zien, hoe rijke boeren, die vroeger ook voor anderen in hunne schuren voorraad oplegden, thans om leeftocht bedelden. Men zou kunnen denken dat Jozef wreed was, daar hij hun, nu zij arm en uitgemergeld waren niet alleen geen brood geeft om niet, maar hen ook nog berooft van al het vee, van schapen en ezelen. Doch wijl Jozef ' eens anders zaak behartigde, durf ik niet zeggen dat zijne hardvochtigheid gepaard is gegaan met wreedheid. Als gedurende de zeven vruchtbare jaren het koren met geweld tegen hunnen zin was afgeperst, en hij thans nog als een tyran hun vee en runderen roofde, dan zou daarvan sprake kunnen zijn. Maar nu het hun vrij stond datgene wat zij anders den koning verkochten in hunne eigene schuren te bergen, zoo dragen zij thans de billijke straf voor hunne nalatigheid. Jozef zag niets anders, dan dat zij van Godswege werden ontbloot, opdat de koning alleen zou rijk worden van den roof van allen. Bovendien stond het hem vrij, daar hij de macht had het koren in geld om te zetten, dit te ruilen voor vee. Ten minste het koren was van .den koning. Waarom dan zou hij van de koopers den prijs niet eischen? Maar zij waren arm en daarom was het billijk hen in hun gebrek te hulp te komen. Maar zoo deze regel moet gelden, is de koophandel grootendeels ongeoorloofd.

Niemand toch verkoopt gaarne hetgeen hij bezit. En daarom als de schatting van het vee recht gegaan is, zie ik niets in Jozefs handelwijze, dat afkeuring zou verdienen. Voor-

Sluiten