Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maakt. Dit beteekent zooveel, dat zijne beide zonen, evengoed alsof zij erfgenamen waren van den eersten rang, in dezelfde rechten als hunne ooms hem zouden opvolgen.

Maar wat beteekent het, dat een afgeleefde grijsaard, het zesde deel van het land, waarin hij als vreemdeling had rondgedwaald en waaruit hij thans voor de tweede maal is ontvlucht als een koninklijk erfdeel aanwijst ? Wie zou niet gezegd hebben, dat hij maar wat praatte ? Het is immers een algemeen bekend spreekwoord, dat iemand niet kan geven, wat hij niet heeft. Wat baatte het dus Jozef ook al, dat hij met eenen denkbeeldigen titel werd aangesteld tot heer van het land, door een gever, die nauwelijks daarin het water mocht drinken, dat hij met groote inspanning had geschept, en die ten laatste door den honger daaruit werd verdreven ? Doch hieruit blijkt, met welk een standvastig geloof de vrome vaderen gesteund hebben op het woord des Hceren, zoodat zij liever van Zijn woord wilden afhankelijk zijn, dan eene vaste woonplaats in dat land hebben.

Jacob sterft als balling in Egypte, maar intusschen lokt hij den onder koning van Egypte van zijne waardigheid tot ballingschap, opdat het hem wel zou gaan en hij voorspoed zou hebben. En Jozef, die zijn vader kent als een profeet Gods, die niets uit zichzelven zou verzinnen, schat de hem aangebodene heerschappij, waarvan nergens iets te zien was, even hoog alsof ze reeds in zijn bezit was. Dat Jacob voorts beveelt, dat de andere zonen van Jozef, zoo hij die had, gerekend moesten worden tot de huisgezinnen van hunne beide broeders te behooren, beteekent hetzelfde alsof hij hen aan die beiden, die hij zelf geeigend had. als aangenomen kinderen overgaf.

'O o

7. En toen ik kwam te Padan. Om deze reden verhaalt hij den dood en de begrafenis van zijne vrouw Rachel, opdat de naam zijner moeder een prikkel zou zijn, om Jozefs gemoed te treffen. Want daar alle zonen van Jacob uit Syriƫ afkomstig waren, was het van groot belang, dat zij de geschiedenis, die wij vroeger verhaalden, goed kenden, n.1. dat hun vader op Gods bevel en onder Zijne leiding naar het land Kanaan was teruggekeerd, en zijne vrouwen had meegenomen. Want als het der vrouwen niet te zwaar viel om haar vaderland te verlaten, en naar een ver land te verhuizen, moest haar voorbeeld geene geringe aansporing voor hare zonen zijn, om de bevelen van denzelfden God, om Egypte vaarwel te zeggen en

Sluiten