Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16. Dan zal zijn volk richten, gelijk één uit de stammen Israëls.

17. Dan zal zijn, gelijk een slang aan den weg, gelijk een adder op zij van het pad, bijtende in de hielen der paarden, zoodat zijn rijder achterover valt.

18. Uwe zaligheid verwacht ik, o Heere.

19. Aangaande Gad, een leger zal hem neervellen, en op het laatst zal hij zelf nederwerpen.

20. Aangaande Aser, zijn brood zal vet zijn, en hij zal koninklijke lekkernijen geven.

21. Nafthali is als eene losgelatene hinde, die schoone woorden geeft.

22. Gelijk een vruchtdragende boom is Jozef, gelijk een tak, groeiende aan eenen boom, de takken zullen over den muur vallen.

23. Ook hebben zij hem bitterheid aangedaan, en hem getroffen, en de boogschutters hebben hem gehaat.

24. Maar zijn boog bleef krachtig, en de armen zijner handen zijn gesterkt door de handen van den machtigen Jacobs; vandaar is hij een herder van Israëls grenssteen.

25. Bij den God uws vaders, die zal u ook helpen, en bij den Almachtige, die zal u zegenen, met zegeningen des hemels van boven, en met zegeningen des afgronds die daaronder ligt, met zegeningen der borsten en der baarmoeder.

26. De zegeningen uws vaders waren sterker dan de zegeningen mijner voorvaderen; tot op het einde der eeuwige heuvelen zullen zij op het hoofd van Jozef zijn, en op het hoofd des Nazareërs onder zijne broederen.

27. Benjamin zal rooven als een wolf; des morgens zal hij buit eten en des avonds zal hij roof verdeelen.

28. Al deze stammen Israëls zijn twaalf. En dit is het wat hun vader tot hen sprak, en waarmee hij hen zegende, elk naar zijne zegening, zegende hij hen.

29. En hij gebood hun en zeide tot hen : Ik word tot mijn volk verzameld; begraaft mij bij mijne voorvaderen, die op den akker van Efron den Hethiet is.

30. In de spelonk, die op den dubbelen akker is, welke voor Mamre licrt, in het land Kanaan. welke Abraham

Sluiten