Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geweest van die grpotere genade, die tot,.de komst van den Messias werd uitgesteld. Wel bemerken zij niet het minst van,een geestelijk rijk, en daarom droomen zij van schatten en macht, en lieflijke rust en aardsch genot stellen zij zich liever voor, dan gerechtigheid, nieuwigheid des levens en genadige vergiffenis van zonden. Toch moeten zij bekennen, dat het heil, dat onder den Messias te verwachten is, door hun vroeger rijk is afgeschaduwd.

Thans keer ik terug tot de woorden van Jacob. „Totdat Süoh komt, zal de schepter of heerschappij aan Juda verblijven". Laten wij eerst eens nagaan wat het woord HlTtf (schilo) beteekent. Omdat Hieronymus vertaalt, die moet gezonden worden, meenen sommigen, dat de plaats met opzet is bedorven, en dat de letter H in de plaats is gezet van een n. Al is dit nu niet zeker, toch is het waarschijnlijk. Dat enkelen van„4e Joden beweren, dat de plaats wordt aangeduid, waar langen tijd de ark des verbonds is geplaatst, omdat deze een weinig voor den aanvang van Davids regeering is verwoest, is geheel .zonder grond. Want Jacob zinspeelt hier niet op welken tijd David zou worden aangestelde maar dat de heerschappij-,vast zou blijven in zijn huis, totdat God zou vervullen, wat Hij beloofd had aangaande den bijzonderen zegen van het zaad Abrahams. Bovendien zou de uitdrukking onverstaanbaar en gedrongen zijn, als er stond „dat siloh komt" in plaats van „het einde van siloh komt." Veel zuiverder en passender is de verklaring van andere uitleggers „zijn zoon" want (schiel) wordt in het Hebreeuwsch een zoon genoemd. De H nu zeggen zij is toegevoegd in de plaats van de relatieve 1. Tot deze beteekenis nu helt . het grootste deel der uitleggers over.

Doch de Joden wijken weer verkeerdelijk af van de bedoeling des aartsvaders, als zij dit laten slaan op David. Want (gelijk ik zooeven aanstipte niet de oorsprong van de heerschappij wordt belopfd in den persoon van David, maar de geheele volmaking daarvan in den Messias. En ja zulk eerte domme ongerijmdheid heeft geene breede weerlegging noodig. Want wat zou dat beteekenen „de heerschappij ;zal in den stam .van Juda niet eindigen, totdat ze is opgericht" ? Wij ken" toch beteekent niets anders dan ophouden.. Voorts laat Jacob den vportduur. volgen, als hij zegt, dat de wetgever niet zal wijken van tusschen zijne, voeten.

De koning toch moest reeds op zijnen troon zitten, opdat

Sluiten