Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de wetgever zou kunnen zitten tusschen zijne voeten. Ons wordt hier dus beschreven, dat de heerschappij, nadat ze was opgericht, niet zou ophouden, totdat een volmaakter staat volgde, of wat dezelfde beteekenis heeft, Jacob verheft Davids toekomstig rijk onder deze benaming, dat het onderpand en waarborg zou zijn van de zalige heerlijkheid, die oudtijds reeds aan Abrahams geslacht was toegezegd. Kortom, hij verklaart, dat de heerschappij, die hij op den stam van Juda overdraagt, iets bijzonders zou zijn, omdat ten slotte daaruit zou voortkomen, de vervulling van de beloofde zegening. Doch hier staan de Joden driest tegen ons op, daar de uitkomst onze dwaling in het licht stelt. Want dat de heerschappij geenzins tot'op Christus komst heeft voortgeduurd, staat vast, ja zelfs dat de schepter gebroken is geweest, sinds het volk in balingschap is gevoerd.

Maar als zij de profetiën gelooven verzoek ik hen, voordat ik hunne tegenwerping ontzenuw, mij te antwoorden, hoe Jacob hier de heerschappij aan zijnen zoon Juda toezegt. Wij weten immers, dat hij ternauwernood bevestigd was in zijne bezitting, toen hij plotseling is verscheurd, en bijna zijngeheele macht is ingenomen door den stam van Efraim. Beloofde God dan volgens hen, hier door den mond van Jacob de eene of andere vergankelijke heerschappij ? Werpen zij ons tegen, dat de schepter daarom niet is verbroken, al werd Rehabeam van het grootste deel des volks berooid, dan ontkomen zij door die uitvlucht niet.

Duidelijk toch wordt de heerschappij van Juda uitgestrekt over allen, met deze woorden: De ?onen uwer moeder zullen de knie voor u buigen". Niets kunnen zij dus tegen ons inbrengen, wat niet terstond op hen kan worden teruggeworpen. Toch is de moeilijkheid dan nog niet opgelost, dat stem ik toe, maar het dacht mij goed dit vooruit te zeggen, opdat de Joden hun spotlust zouden afleggen, en zouden leeren, om de zaak zelve kalm met ons te overwegen. De Christenen zijn gewoon de blijvende heerschappij in de stam van Juda aldus ongeveer aaneen te schakelen. Toen het volk terugkeerde uit de ballingschap, zeggen zij, kwam in plaats van den koninklijken schepter de heerschappij, die tot op de Maccabeën heeft geduurd. Daarna is de derde regeeringsvorm gevolgd, daar de hoogste rechterlijke macht bij de zeventig berustte, die volgens het zekere getuigenis der geschiedenis uit koninklijk zaad zijn verkozen.

Sluiten