Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zenis. Want dan zullen wij gaarne tot God gaan, als de hoop op een beter leven ons ondersteunt. Dan toch zal het ons niet zwaar vallen, om dezen bouwvalligen tabernakel te verlaten als een onsterfelijk verblijf ons tegenlacht.

50ste HOOFDSTUK.

1. En Jozef wierp zich op het aangezicht zijns vaders, en weende over hem, en kuste hem.

2. En Jozef gebood zijne knechten, de medicijnmeesters, dat zij zijnen vader balsemen zouden; en de medicijnmeesters balsemden Israël.

3. En veertig dagen werden over hem vervuld, want alzoo worden vervuld de dagen van hen, die gebalsemd woiden, en de Egyptënaren beweenden hem zeventig dagen.

4. Aldus gingen de dagen van het rouwen over hem voorbij. Toen sprak Jozef tot het huis van Pharao zeggende ■ Zoo ik toch genade heb gevonden in uwe oogen, zoo spreekt in de ooren van Pharao zeggende;

5. Mijn vader heeft mij bezworen, zeggende: Zie ik sterf; begraaf mij in mijn graf, dat ik mij gegraven heb in het land Kanaan. Nu dan, laat mij aftrekken en mijnen vader begraven en daarna zal ik weder keeren.

6. En Pharao zeide : Trek af en begraaf uwen vader, gelijk hij u heeft bezworen.

7. Derhalve toog Jozef heen, om zijnen vader te begraven, en met hem togen heen alle knechten van Pharao, de oudsten van zijn huis en alle oudsten van Egypteland.

8. En het geheele huis van Jozef, en zijne broederen, en het huis zijns vaders; alleen hunne kinderkens, hun vee en hunne runderen lieten zij in het land Gosen.

9. En met hem trokken ook op wagenen, en ruiters, en het was een zeer zwaar heir.

10. Vervolgens kwamen zij aan de vlakte Atad, die over de Jordaan ligt, en zij weenden daar met een groot en

Sluiten