Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Immers hunne aanslagen zullen niet alleeu vruchteloos neerstorten, maar zij zullen zelfs tot een tegenovergesteld einde gekeerd worden, zoodat zij ons heil bevorderen al is het ook nog zoozeer tegen hun zin. Alle venijn dus, dat Satan aanwendt, bestuurt God tot medicijn voor Zijne uitverkorenen. Schoon nu hier wordt gezegd, dat God het ten goede ü' gedacht, omdat Hij op ongedachte wijze de doodelijke planm - gunstig en vreugdevol einde heeft doen nemen, zoo kan men toch naar waarheid en met recht zeggen, dat Hij spijze vor'

deloozen tot vergif maakt, licht tot duisternis, een tafel . „enen valstrik, kortom het leven ten doode wendt. En daar de menschelijke geest tot zulk eene hoogte niet kan doordringen, is het beter, dat men de verborgenheden, die men niet verstaat, nederig aanbidde, dan dat aarden vaten zich beroemen tegenover

hunnen Maker..

Om mijn volk in het leven te honden. Het doel van

Gods Voorzienigheid past Jozef toe op zijne roeping. Dit overleg nu moet altoos plaats hebben, opdat elk, die door het geloof God in den hooge aan het roer der wereld ziet zitten, zich houde binnen de perken zijner roeping. Ook opdat elk door Gods verborgene oordeelen vermaand zijnde in zichzelven afdale en zichzelve aanspore tot het vervullen zijner roeping. En bijaldien ons Gods handelwijze niet terstond duidelijk is, zoo wachte men zich toch, om niet op verwarde en afdwalende zijpaden heen te'snellen, gelijk dweepzieke menschen gewoonlijk doen. Dat Jozef zegt van Godswege verkoren te zijn, tot redder van een groot volk, laten enkelen op de Egyptenaren slaan. At keur ik dit niet af, toch beperk ik dit liever tot het huis van Jacob. Want Jozef prijst Gods goedheid daarin, dat door zijn toedoen het zaad der Kerk van den ondergang is gered. In die weinige menschen heeft de groote menigte, die God een weinig later heeft voortgebracht het leven behouden, anders toch zou dit zaad vóór de geboorte reeds zijn verdorven.

21. Ik zal u onderhonden. Dit was een teeken, dat de verzoening echt en niet geveinsd was, dat hij zich met alleen onthield van het toebrengen van kwaad en schade, maar ook het kwade'met het goede overwon, gelijk Paulus ons leert Rom. 12 vs 11. Hij toch die tekort schiet in zijn plicht, als hij de macht heeft om te helpen, en de omstandigheden zijne hulp inroepen, toont daardoor dat hij het onrecht nog niet vergeten is. En

Sluiten