Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hierop hebben wij nauwkeurig te letten, omdat de meesten gewoonlijk al te nuchter denken, dat zij beleedigingen niet toerekenen, als zij niet kwaad met kwaad vergelden. Alsof dit geen wraak nemen is, als men zijne handen onttrekt aan het verleenen van hulp. Gesteld dat men een broeder zal helpen, als men hem waai dig acht^gp hij roept uw hulp in bij geval van nood en k1-1 'a' f n? n steek, omdat hij u slecht behandeld heeft, wat staat u dan anders in den weg dan de haat ? Dus eerst dan zul .,.lT4 ons gemoed vrij achten van kwaadheid, als wij de vijand"}-}} door wie wij onwaardig behandeld zijn met weldaden overladen. Van Jozef wordt gezegd, dat hij naar het hart zijner e eren sprak, omdat hij hen zacht en vriendelijk aansprak en al hunne bezwaren wegnam. Aldus zagen wij vroeger Sichem naar het hart van Dina spreken, toen hij haar met vleierijen trachtte te troosten, zoodat zij niet meer dacht-aan de schennis harer eer, en het huwelijk goedkeurde.

22. En Jozef weende. Niet zonder reden verhaalt Mozes, hoe ang Jozef heeft geleefd, want de tijdsduur doet zijne onwankelbare standvastigheid te beter uitkomen. Want al blonk hij uit in. eer en macht onder de Egyptenaren, zoo wordt hij toch als een beschouwd met het h,is zijns vaders. En daaruit kan men opmaken, dat hij langzamerhand de hof bezigheden vaarwel heeft gezegd, in de meening, dat er niets beters voor hem was dan geringheid, opdat geene aardsche heerlijkheid hem zou scheiden van het rijk Gods. Vroeger had hij alle verlokselen veracht, die zijn gemoed konden bekoren in Egypte; thans moest hij noodzakelijk verder gaan en de eer vaarwel zeggen en tot een onaanzienlijken staat afdalen, en zijne zonen spenen aan de hoop om zijne opvolgers te worden. Het is ons bekend hoe druk anderen tobben, om niet zelf te verminderen, en om een ongeschonden fortuin aan de nakomelingen over te laten. Maar Jozef vestigt gedurende zestig jaren hierop slechts al zijne aandacht, hoe hij zich en de zijnen zou beteugelen, opdat niet hunne grootheid hen niet zou afzonderen van de geringe kudde des Heei en kortom hij volgde de slangen na, die hun huid afleggen, om ontdaan van den ouderdom weer nieuwe kracht te verzamelen! Hij aanschouwde achterkleinzonen uit zijn geslacht. Waarom zou dan niet tegelijk met die kinderen de zorg zijft aangewassen, om voor hen te waken ? Geen aanzien noch macht is echter van zooveel gewicht bij hem dat hij niet liever heeft, dat zij om

Sluiten