Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun herdersleven door de Egyptenaren worden veracht en gerekend worden tot het geslacht van Israël. In dit talrijk zaad nu, gaf God hem nog bij zijn leven een voorsmaak te genieten van zijne zegening, opdat hij daardoor de hoop zou voeden op bevrijding. Te midden van zoovele beproevingen toch was het van belang, om door enkele stutten ondersteund en geschraagd te worden, ten einde niet te bezwijken.

24. En Jozef zeide tot zijne broederen. Of Jozef het eerst of het laatst van zijne broederen gestorven is, dan of er nog een gedeelte van hen in leven was, is onzeker. Hier toch bedoelt Mozes met den naam van broederen niet alleen diegenen, die van denzelfden vader zijn, maar ook andere verwanten. Ik houd het er voor, dat enkele hoofden van ieder geslacht op zijn bevel zijn geroepen, van wien het geheele volk later deze tijding ontving. Koewei het nu aan te nemen is, dat ook de andere Patriarchen het zelfde hebben bevolen, omdat aller beenderen gelijkelijk naar het land Kanaan zijn overgebracht, wordt toch van Jozef alleen in het bijzonder melding gemaakt, om twee redenen. Daar toch van wege zijne hooge waardigheid aller oogen op

hem gericht waren, behoorde hij terecht hen voor te gaan, nauwkeurig toe te zien, dat de'glans zijner waardigheid aan niemand eenig beletsel in den /eg legde. In de tweede plaats was deze daad van groot belang tot een voorbeeld, waaruit het geheele volk kon weten, . dal hij, die in het Egyptische rijk de tweede was, alle eer gering schatte en tevreden was, met zijnen rang als erfgenaam van 4e belofte alleen.

Ik sterf. Deze uitdrukking beteekent zooveel als eene vermaning tot zijne broederen, om na zijnen dood goedsmoeds te zijn, wijl de waarheid Gods onsterfelijk is. Want hij wil niet, dat zij zullen afhangen van zijn leven of van dat van een ander, en alzoo aan God eene zekere grens zullen voorschrijven, maar'dat zij geduldig zullen wachten, totdat de gelegene tijd

aanbreekt. r

Vanwaar anders toch zou hij deze zoo viste zekerheid,

die hem tot een getuige en onderpand maakte van de toekomende verlossing, verkregen hebben, dan alleen doordat zijn vader hem aldus onderricht had? Want wij lezen niet, dat God hem is verschenen, of dat hem door een Eögel van den hemel het woord Gods is gebracht. Doch wijl hij vast overtuigd was, dat Jacob van Godswege was aangesteld tot Leermeester en

Sluiten