Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. 't Is die wilt hooren in een lied,

En het isser zoo schoone om hooren ,

Al van Maria Egyptina,

Binnen Romen was zij geboren.

2. Zij wasser ontrent elf jaren oud,

Als haar oudertjes kwamen te sterven;

Zij leefdede als een klein vogeltje zoet:

't Was liegen en bedriegen in overvloed; Zij leefdede als een klein vogeltje snel:

't Was liegen en bedriegen in overspel.

3. Het gebeurdede op eenen feestdag groot,

Dat men het heilig kruisjen van Jezus ging vieren; Den eenen ging voren en den anderen ging naar, En voor haar sloten wij de deure:

't Was een zondaarsche creature.

Het beeld die vóór den tempel stoeg,

En het sprakker met zijnen roo monde:

„Gaat naar de Jordane al metterspoed,

Loopt, gaat en zuivert daar alle jen zonden!"

Als zij binnen de Jordane kwam,

Ze ging gaan wandelen langst de groen heide; Den priester Gods die haar tegenkwam:

't Was benendictie, alsdat zij vraagde.

„Benendictiezei zij, „heer Dominiek:

Ik ben een zondaarsche creature.

'k En hen der van men leven noois geen deugden gedaan, Nu noch nooit, en nog inne deze ure:

'k Ben een zondaarsche creature."

VAR.: 1, 1. in een] een nieuw

1, 3 en 9, 3. Men zingt: Maria in Egyptina. —3, 5, 6, 5 en 9, 5. Het vijfde vers wordt gezongen op de wijze van het voorgaande, doch eerst na de herhaling van vs. 3-4.

Sluiten