Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13. „En as je moste naar de schole gaan,

En je ginkere al schreeuwen- en tierende naar;

14. „En as je moste naar het lof gaan,

En je ginkere al voren den spegel staan;

15. „En as je moste naar 't sermoen gaan ,

En je ginkere al achter de kerkedeure staan :

16. „Ga weg, ga weg, gij arme ziel,

En ga rechte al naar het vagevier 1"

17. Als zij al aan de vageviersche poorte kwam getreden, Als zij al aan de vageviersche poorte kwam gegaan, En Maria, Gods moeder, die haar tegenkwam:

18. „Waar ga je, waar ga je, gij arme ziel?"

— „Ik ga rechte al nare het vagevier."

19. Maria nam die arme ziele bij heur n-hand,

En ze leidde ze langst het hemelsch land.

20. Als zij al aan de hemelsche poorte kwam' getreden, Als zij al aan de hemelsche poorte kwam' gegaan , En ze klopten drij kloptjes al opper de deure.

Sinte Pietere die riepere: „Wien isser daar veure?" Sinte Pietere die riepere: „Wien isser daar veur?"

21. — „Het is Maria, Gods moedere,

En zij heeftere een areme ziele bij heur n-hand."

22. Sinte Pieter heeft de poorte wijd opengedaan, En Maria, Gods moeder, is naar binnen gegaan, En de arme ziele moste vóór de poorte blijven staan.

23. Maria viel op haar bloote kniên,

En het wasser om de areme ziel nog te zien.

24. Maria las, en zij offerde dat op,

En toen wassere de areme ziel verlost.

17, 2. Op de wijze van vs. I. — 20. Gezongen als str. 7. — 23, 1. Wordt tweemaal gezongen. — 2. Op dezelfde wijze als vs. 1.

Sluiten