Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar 't was schaars drij dagen en drij nachten geleden, Dat vrouwtje keert naar haren man weder.

4. 't Was nacht, 't was nacht, 't was middernacht:

Zij is naar hare woning gegaan;

Zij gaf drij kloptjes al op haar deure:

Haar lieve man kwam zelve veure.

5. Hij heeftere zijn deurtje wijd opengedaan;

Hij zag daar zijn wijvetje in haar doodkleê staan. „Lieve man, lieve man, en verschrik je niet zeere: 'k Ben hier gezonden van God den Heere."

6. — „Ben je hier gezonden van God den Heer? Waarom is 't, dat gij nu nog wederomkeert ?"

— ,,'t Is omdat je men kinders zou leeren en wijzen, En brengen tot den parad ij ze;

't Is omdat je men kinders zou wijzen en leeren, En brengen tot den weg des Heeren.

7. „Adieu, lieve man, en nu gaan ik voorwaar,

Nu trek ik naar het hemelsch land;

En nu trekkek ik nare de hemelsche stede,

Met alle mijn geloovige zielen mede;

En nu trekkek ik naar de hemelsche glorie,

Met alle mijn geloovige zielen schoone."

2. Al uit haar graf is zij opgestaan:

Zij is rechte naar haar huizetje gegaan,

En zij klopte drij kloptjes al op de deure;

De man die riep: „VVien isser daar veure?"

De geburen die riepen wel alle te samen:

.Doet open en doet open, in Gods genade!"

De geburen die riepen wel alle zoo zeere:

„ Doet open en doet open, in God den Heere!'

3. De man is zeer haastiglijk opgestaan:

Hij heeftere zijn deurtje wijd opengedaan;

Hij zag daar zijn wijvetje in het doodskleed staan.

„ Lieve man, lieve man, en verschrik je niet zeere.

'k Ben hier gezonden van God den Heere."

7, 2, XI, 2 en 12, 2. hcmelsch\ 's hemels

Sluiten