Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10. Door het lezen en het bidden Het graf sprong open in drij'n,

En daar zagen ze huider eerste fraai moedertje, Gelijk of zij in haar leven zoud zijn.

11. Ze heeft haar jongste kind opgenomen En geleid ja naar haren borst;

Ze heeft het een zuige gegeven,

Gelijk in leven de moeder zoud doen.

12. Ze heeft haar middelste kind opgenomen En geleid ja in haren schoot;

Ze heeft het eens een kussen gegeven,

Gelijk in leven de moeder zoud doen.

13. Ze heeft haar oudsten zoon bijgeropen:

„Gaat en bedelt gij nu je brood.

En als de menschen u zullen komen geven, Doe altijd reverentie en zeg: „Godde loon' 't!"

14. „Als de menschen naar u komen vragen:

„En aan wien heb je dat geleerd?"

Je zegt: „Naar Tjannetje, mijn eerste fraai moedertje, Als heur graf in drijen spleet;

'k Hope, dat zij is al bij God den Heer,

Met alle twee haar kinderen kleen." "

— „Wel, moeder," zoo zeide hij, „moeder,

Ik en durvere voorwaar niet gaan;

VAR.: 10, 1. en] al en — 3. daar] toen — moedertje] moeder — 4- zij] zij nog — II, 2. En aan hare borst geleid ; — 3- een zuige] eerst te zuigen — 4. Gelijk of zij in haar leven zoud zijn. — 12, 1. haar] het — 2. En aan haren mond geleid; — 3. eens een] eerst daar — 4. Gelijk of zij in haar leven zoud zijn. — 13, 1. haar] den — 2. Gaat] Loop, gaat — 3. « zullen komen] je zal komen te — 4. Je doet jen hoedje of en je zegt: „Godde lof!" — 14, 1. naar « komen] je zal komen te — 5. bij God] bij

13, 4. Godde lant verbeterd in : Godde loon'

Sluiten