Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den Heere heeft mij gegeven

Voor drij dagen en drij nachten te leven:

'k Hope, dat hij het nog zal doen."

17. Die vrouwe, ze keerdede haar omme, En ze ginkere daar eenen gang,

Een gang ja wel alle zoo verre,

Tot ane de klare fonteine,

Totdat zij halfwege kwam.

18. Wat vond zij onder haar weugen? Den regen die kwam haar tegen, Den donder heeft haar verslegen,

En den blikseme heeft haar verbrand.

De duivels uit de helle,

Ze kwamen dat vrouwtje kwellen

En ze braken haar den hals.

Toen wasser die rijke juffrouwe,

Ja die rijke juffrouwe,

Met al haar rijkdommen in het zand.

40. Het Wonder van Bergen op Zoom.

Daar gin - gen drij rui - ter - tjes uit om ja - gen

FaMf » • • —0 0 # - 1- . » * 0 , 0

Ife / j \

Bui - ten de poor - ten van Berg op Zoom. Wat r-£-£— 0 * \ 0—ft—»-" T 0 f 0 0 t

—if—BTT/ ' i

heb-ben zij ge - von-den In een zeer kor - te ston - de ?

Sluiten