Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. 'k Zal het u gaan vertellen, Hoe dat zij was gekleed:

Haar schoon blond haar in bellen, En een blauw zijden kleed.

Ja tot de pereltjes van haar hals,

Zij en waren der voorwaar niet valsch; Tot de ringen van haar n-hand,

Ja zij blonken der als diamant;

Tot de takjes riekende kruid:

't Was ter eere van die schoone bruid.

3. Tsnachts ontrent twaalf uren Deze maged is opgestaan;

Al lezen en al bidden

Is zij nader den koor gegaan; Op alle beiden haar voetjes bloot Is zij nadere den koor gegaan,

En als eene vurige maagd,

Die haar hertjen aan God opdraagt.

4. In 't midden van de kerke Knielde die schoone bruid. Wat stak God in haar hertje? Zij riep het overluid:

„En ach God! en ach Heilig Geest! Ik en ben dere niet meer bevreesd Noch van vijand, noch van strijd, Als gij maar bij mij en zijt!

5. „Adieu, vader en moeder!

Adieu , zusters en broers!

En adieu, vrienden hier te gair, Die hier zitten in 't generaal, En voor deze, die der niet en zijn: 'k Wenschen ze al een adieu van mijn En nu gaat ik achter slot,

Om te dienen mijnen Heer en God."

4, 7. strij'n verbeterd in strijd.

Sluiten