Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

31. Wat deed zij aan haar handen?

Een paar gouden banden.

En dat was al aan haar handen,

Dat zij deed een paar gouden banden.

32. Wat deed zij aan haar rooden hals?

Een collier van perels: ze waren niet valsch.

En dat was al aan haar rooden hals,

Dat zij deed een collier van perels: ze waren niet valsch.

33. Wat deed zij in haar ooren?

Een paar diamanten rozen.

En dat was al in haar ooren,

Dat zij deed een paar diamanten rozen.

34. Wat lei zij op haar schoon zwart haar?

De krone van goud: ze woeg zoo zwaar.

En dat was al op haar schoon zwart haar,

Dat zij lei de krone van goud: ze woeg zoo zwaar.

VAR.: Soms, achter str. 30:

Wat deed zij aan haar beurzeband?

Van steke tot steke een diamant.

En dat was al aan haar beurzeband,

Dat zij deed van steke tot steke een diamant.

31, 1 en 3. handen] armen — 2. Een paar branzeletten van kanten. — ook: van diamant. — 4. Dat zij deed een paar branzeletten van kanten. — ook: van diamant. — Soms, achter str. 31, nog deze andere:

Wat deed zij aan haar vingers?

De diamanten ringen.

En dat was al aan haar vingers,

Dat zij deed de diamanten ringen.

33, 1 en 3. rooden] schoonen — 2 en 4. Een collier] De toeren 33 1 en 3. in] aan — 2 en 4. Een paar\ De — 34, 1. lei] deed — 2. De] Een — woeg] weegt — 4. lei de] deed een — woeg] weegt — Achter str. 34 vaak, als afzonderlijke strophe:

Wij hen ze gaan wegen ten alderen stond:

Ze weegt al deure de vijf pond; (

Wij hen ze gaan wegen al in een schaal:

Ze weegt al deure de vijf pond zwaar.

Sluiten