Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25 En wat vond zij daar al dood?

Het was haar schoon zoetelief.

„En ik wil een huizetje gaan bouwen,

Ja van boven op mijn zoeteliefs graf;

En ik wil daarin gaan wonen,

30 Ja totdat ik sterven mag.

'k Dragen de rouwekleederen: de witten die zijn uit."

*

En ik maken heel de school in de bruid.

En die der nie' en zijn, en ze zijn der uit;

En die der zijn, en ze zijn der in.

35 En ik maken heel de schole daarin.

50. Van 't haveloos Meisje.

zee - waart in: En daar kwam en schuit - je ge-

va - ren, En daar za - ten drij rui - ter - tjes in.

En ik klom op hooge steinen, 'k Stak mijn hoofd ten zee waart in: En daar kwam en schuitje gevaren, En daar zaten drij ruitertjes in.

5 Maar het jongste al van de drij,

Het was mijn schoon zoetelief.

Hij en bade maar om eens te drinken, Ja den rooden wijn al uit een pinte, >■ Ja den rooden wijn al uit een glas,

Sluiten