Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

leperen.

Teruggevonden en opgeteekend door den heer Alf. vandendriessche.

Twintig. 'k Neme gevangen e meisje in men handen.

Negentiene. Justitie-handen.

Achttiene. Haar dieveklok luidt.

Zeventiene. 't Valt op haar uit.

5 Zestiene. Z' is voor de Heeren aanschouwd.

Vijftiene. Da' meisje moe' sterven, of had zij een hals van

Veertiene. Op 't schavot. [roode fijn goud.

Dertiene. Schiet haren eersten vogel dood.

Twaalve. E roe in men handen genomen.

10 Elve. E keer egeeseld.

Tiene. Twee keeren egeeseld.

Negen. 't Roo bonnet hangt vóór haar oogen ,

Achte. Omdamme dat meisje zoün laten dooden.

Zeven. De scherprechter geeft het zweerd in heur handen ,

15 Zesse. En he zegt: „Meisje, 'k vergeef je voor den eersten

Vijve. En nog voor den tweeden keer, [keer,

Viere. Maar nie' meer voor den derden keer."

Drij. De scherprechter neemt het zweerd uit haar handen ,

Twee. En he slaat heur hoofd of.

20 Ééne. Me rollen dat hoofd al van 't schavot.

Nooit ééne. De menschen die roepen : „Daar is e meisje dood !"

Var.: 4. uit\ huk

1. Het Iepersche lied van Lisa's Terechtstelling wordt voorgedragen op de formule van nr. 58 {Twintig stoute kinderen). — 21. Ook hier wordt er door eenige kantwerksters wat bijgewerkt:

Steenen en beenen opden heur,

Huizen en kerken,

Stoelen en banken;

25 De kleene klokke valt op heur beenen,

De groote valt op haar hoofd:

Da' was dat meisje al geheel dood.

Sluiten