Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet voorbeeld dat het Staatsbestuur gaf, wanneer in 1847, op 75 hektaren van den stadseigendom genaamd den Liermansteert, voor rekening van de Regeering de toebereidende werken gemaakt werden om deze gronden te bewateren en tot kunstbeemden te veranderen. Menige bijzonderen, waartusschen vooral de heeren Van der Beken-Pasteel en Van Put, deden hetzelfde op hunne eigendommen van Oud-Turnhout en Ravels.

Wat niet min bijdroeg tot opbeuring van den landbouw, was de tentoonstelling met prijskamp van land- en hofbouwvruchten, van paarden, pluimgedierte en landbouw voorwerpen, omtrent de drij jaren in onze stad gehouden ; alsnog de Landbouwmaatschappij van het Noorden, waarvan de zetel te Antwerpen gevestigd is, en die een weekblad uitgaf en geleerden aanstelde om voordrachten te geven. Zij zorgde ook dat, wanneer de provinciale Raad zekere toelagen voor het oprichten van tijdelijke melkerijscholen in de provincie Antwerpen op zijne begrooting van 1895 bracht; de eerste der provincie werd in Turnhout ingericht, den 16 juli 1895, met Mr Ph. Van Eist, staatslandbouwkundige, als Leeraar-Bestuurder.

Den 21 december 1893 werd eene parochiale Boerengilde gesticht. Deze beoogt de heropbeuring van den boerenstand door een zedelijk en stoffelijk doel. Gesteld onder de bescherming van

les iimovations, il suit ce qu'il tieut de ses ancêtres pour la culture de ses terres.

Ou défriche auuuellemeut beaucoup de bruyères, aussi le prix eu augmeute aunuellement. II y a peu d'années on aclietait un bonuier de terre de bruyère 7 a 10 florius, aujourd'hui ou eu paie 20 a 40 jusqu'a 100, ordiuairemeut ou y sèrae du sapiu, qui croit eu géuéral assez bieu, cepeudaut daus certaiues localités a quelque distauce en terre, il y a uue couclie noiratre et dure que 1'ou appelle scheiirft, oü il ne prend pas et déperit après quelques aunées de croissance ; les paysans se servent aussi de leurs bruyères pour eu retirer uu chauffage qu'ou norame Heyschad' den. On voit prés de Turnhout beaux bois: celui nommé le Grooteuhout fa) est superbe ; on y voit des chênes et sapius superbes; beaucoup des paysaus ont des abeilles; des bruyères fournissent du thym et des tieurs d'Eryca en abondance. On voit croitre spontanément prés de la ville quelques plautes (6) que 1'on cultive ailleurs dans les jardins, eutre autres Eryca debralis, 1'Eryca a fleurs blanches, un lobelia, un gentiana. etc. — Abeille de la Campine, 2 janvier 1839.

(a) Vente Ib. n° 51.

(b) E. Paques, S. J., Catalogue des plantes plus au moins rares, obsewées aux environs de Twnhoul, 1880. — Herborisations de 1881, ld. A° 1882.

Sluiten