Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene dekenij (1) met 11 parochiën haar onderhoorig, in voege tredend met de toekomende uitdeeling van den H. Olie voor Paschen 1838. Deze waren: Baarle-Hertog, Beersse, Merxplas, Poppel, Ravels, Schoonbroek, Turnhout, Oud-Turnhout, Ylimmeren, Vosselaar, Weelde. De dekenij werd in twee conferenties gesplitst : 1° de pastoors van Beersse, Merxplas, Schoonbroek, Turnhout, Begijnhof en Gasthuis aldaar, Oud-Turnhout, Ylimmeren, Vosselaar ; 2° de pastoors van Baerle-Hertog, Poppel, Ravels, Zondcreygen, Weelde, met de onderpastoors van Poppel, Ravels en Weelde.

Meermaals bezochten de Aartsbisschoppen hunne dekenij Turnhout, vooral als zij het H. Vormsel den kinderen kwamen toedienen ; wanneer zij dan voor de eerste maal Turnhouts grondgebied betraden, werden zij door de overheden plechtig ontvangen. Schitterend vooral was de intrede van Z. D. H. Petrus Lambertus Goossens, den huidigen cardinaalaartsbisschop, op maandag 5 juli 1886. Wanneer de kerkvoogd om 12.36 uren van den spoortrein stapte, werd hij door de geestelijkheid verwelkomd, en zijne aankomst het volk aangeduid door vijf kanonschoten, volgens het keizerlijk decreet van 24 messidor jaar XII. Het College van burgemeester en schepenen groette den hoogwaarden Prelaat ten huizo van mevrouw wed Caron-Versteylen op den Antwerpschen Steenweg, alwaar een stoet uit al de geestelijke vereenigingen, de muziekmaatschappijen en de gilden der stad werd gevormd, om Hem naar de parochiekerk te begeleiden. Gansch de stad was versierd met praalbogen, vlaggen en jaarschriften ; des avonds was het verlichting ; in zijne wandeling die de Aartsbisschop door deze versierde straten en te midden eener juichende volksmenigte deed, kon hij wel de gesteltenissen van het volk ontwaren.

Stellen wij nu een overzicht daar van de oude S' Pieterskerk. Het is vooral de versiering der kerk die gedurende dit tijdstip werd verzorgd.

In 1851 werd in den gang, langs den epistelkant van den

(1) Brief van Z. E. den Card. Aartsb. 29 augustus 1837. Coll. Epist. Pastor, t. 2. p. 187.

6*

Sluiten