Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7. Van Genechten Carolus Petrus, werd geboren te Turnhout den 29 april 1815, was een gekend nijveraar te Herenthals en huwde aldaar D. P. G. Diercxsens, van Brussel ; hij stierf te Herenthals den 24 maart 1887.

8. Van Genechten Maria Joanna, geboren te Turnhout den 28 september 1817, trouwde aldaar met Franeiscus Josephus van Ravestyn, van Antwerpen, grondeigenaar te Schelle.

De familie van Genechten staat dus wel terecht door hare afstammelingen en hare verwantschap als eene der aanzienlijkste van Turnhout bekend.

VAN GORKOM MELCHIOR LAMBERTUS, geboren te Heystop-den-Bergh den 25 october 1728, was rentmeester to Turnhout. Na zijne lagere studiën en wijsbegeerte te Leuven voltrokken te hebben, legde hij zich bijzonder toe op de rechtgeleerdlieid en werd in augustus 1752 licentiaat in dit vak. Behalve deze studiën, oefende hij zich in de oudheid- en geschiedkunde en heeft ons achtergelaten : Beknopt denkbeeld van Oud-Nederland, Brussel, 1789 ; — Beschrijvinge der stadt en vrijheyd van Turnhout, Mechelen 1790. Hij stierf den 16 juli 1793. Zeker handschrift, zegt de eerw. heer Visschers, pastoor van St-Andries te Antwerpen, meldt van hem : Vir dilectus Deo et hominibus, religione, pietate, dilectione, indolis suavitate, morum probitate, conversatione aliisque virtutïbus insignis conspicuus (1).

VAN PELT CAROLUS JOANNES (2), geboren te Turnhout, 5 juni 1827, zoon van Fredericus en Maria Theresia Van Gorp. Hij deed zijne lagere studiën bij M. Sanders en zijne hoogere studiën bij M. De Nef te Turnhout. Nadat hij gedurende 17 jaren als Superior door zijn wijs en krachtdadig bestuur den bloei van liet aartsbisschoppelijk Seminarie van Hoogstraten had bevorderd, riep Z. Eminentie hem tot het presidentschap van het Groot Seminarie te Mechelen.

(1) Piron, Algemcene Levensbeschrijving, bl. 418. — Hij woonde in de Begijnen straat in het huis der familie A. Nuyens.

(2) J. B-, Verzameling van Naami ollen betrekkelijk de Kerkelijke Geschiedenis van het Aartsbisdom van Mechelen, d. I, bl. 318.

Sluiten