Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de meeste van die uitverkoopen geen uitverkoopen, maar speculaties op de neiging van het groote publiek om een koopje te lialen. Hoe minder de winkelier aanspraak maakt op het bezit van standsfatsoen, des te grooter is de kans, dat hij gebruik maakt van deze voor hem voordeelige gelegenheid tot oneerlijke concurrentie. Zie verder Concurrentie en Middenstandsleweging.

Uitvoerende Slacht is de verzamelnaam van alle organen van den Staat, welke belast zijn met het ten uitvoer leggen van wetten en besluiten. In de constitutioneele monarchie is de vorst de drager van de uitvoerende macht en op dit gebied onafhankelijk van de wetgevende. Intusschen waakt de ministeriëele verantwoordelijkheid en het contrasigne van den verantwoordelijken minister tegen de onwettigheid van daden der uitvoerende macht. Bovendien is deze in den modernen staat beperkt door grondwet en wetgeving, terwijl eindelijk de volksvertegenwoordiging in het recht van interpellatie en in het budgetrecht wel is waar geen recht van deelneming aan de uitvoerende macht, maar toch een politieke contröle daarover bezit.

Uitvoerpremiën. Zie Bescherming.

Uitvoerrechten. Zie Tariefwetgeving.

Uitwaseming1 noemt men in de physiologie de onzichtbare uitscheiding van water en andere vluchtige of gasvormige stoffen door huid (perspiratio, huidademhaling) en longen. Bij den mensch bedraagt deze uitwaseming in 24 uur ruim 1 kg., waarvan ongeveer één derde door de longen. De kooldioxvduitwaseming daarentegen is in de longen ongeveer 25—50 maal zoo groot als in de huid. Naast deze onzichtbare uitwaseming heeft in de huid een zichtbare plaats, n.L van zweet en huidtalk. Beide bevatten vluchtige vetzuren of leveren vluchtige ontledingsprodukten, welke aan de zichtbare huiduitwaseming haar eigenaardigen reuk geven. Is de afscheiding in de zweetklieren zóó gering, dat aan de zweetporiën evenveel verdampt als de zweetklieren uitscheiden, dan is de vorming van een zichtbare zweetuitwaseming onmogelijk. Het water en de andere vluchtige bestanddeelen van bet zweet komen dan voor in de onzichtbare uitwaseming, terwijl zijn vaste bestanddeelen zich op de huid afzetten. Alles wat in het algemeen de verdamping bevordert, bevordert ook de huiduitwaseming, bijv. droge lucht, hooge temperatuur enz. Aan den anderen kant kunnen ook inwendige toestanden haar bevorderen, bijv. bloedovervulling der huid, verhitting enz.

Uitwerpselen, excrementen, jaecaliën of jaeces noemt men de stoffen, welke het levende, dierlijk organisme door de anale opening verwijdert. Zij bestaan in hoofdzaak uit de bij het voedingsproces niet gebruikte, min of meer veranderde bestanddeelen van het voedsel. Bovendien bevatten zij slijm, ontledingsprodukten van de gal enz. Bij plantaardige voeding worden de houtachtige celwanden tamelijk onveranderd in de uitwerpselen teruggevonden. Chlorophyl en de verdere plantenkleurstoffen, harsen en was schijnen onveranderd in de uitwerpselen over te gaan. Zetmeel wordt gewoonlijk daarin niet aangetroffen, gomhoudende koolhydraten gaan er echter onveranderd in over. Bij vleeschvoeding vormen zich naar verhouding weinig uitwerpselen. Zij bevatten

in dit geval bindweefselmassa's, onverteerde elastische vezels en verder nucleïne, mucine enz. Na het gebruik van vet worden er kleine hoeveelheden kalk- en magnesiazeep in aangetroffen, maar ook onveranderd vet en vaste vetzuren. Beenderen maken hen hard en droog, terwijl zij een lieldergrijze, kruimelige massa vormen, welke bijna uitsluitend uit kalkzouten bestaat (bijv. bij honden). Zoowel bij planten- als bij vleeschvoeding, komen in de uitwerpselen rottingsproducten en bijmengselen uit het verteringsorganisme voor. Tot de eerste behooren: vetzuren, benevens phenol, indol, scatol en methylmercaptaan, die aan de uitwerpselen den weerzinwekkenden reuk geven, welke intusschen bij vleeschvoeding veel intensiever is dan bij plantenvoeding. Zij ontstaan door gisting van eiwithoudende bestanddeelen in den dikken darm en komen door diffusie gedeeltelijk in het organisme, waar zij aanleiding geven tot autoïntoxicatie, waarin, naar de opvattingen van Metschnikow, de reden moet gezocht worden, dat de mensch als regel den physiologisch mogelijken leeftijd niet bereikt. Vandaar, dat de tijdige en geheele verwijdering der uitwerpselen een wezenlijke voorwaarde voor een ongestoorde gezondheid is. De kleur der uitwerpselen wordt veroorzaakt door de ontledingsprodukten van de bestanddeelen van de gal. Daarnaast hebben ook die van het voedsel invloed. Bij ziekten ondergaan de uitwerpselen verschillende veranderingen wat aangaat de kleur en ook de samenstelling, die bij het maken van een diagnose soms van belang zijn. Bij uitsluitende vleeschvoeding verlaat ongeveer 1% der opgenomen, vaste stoffen met de uitwerpselen het lichaam. Bij gemengde voeding verlaat bij den mensch ongeveer 6% van de opgenomen, vaste stoffen het lichaam; hij produceert per 24 uur 130 gr. vochtige (waarin 34 gr. droge) uitwerpselen. In geval van bijna uitsluitende plantenvoeding, kunnen 13% van de vaste stoffen der voeding uitgescheiden worden. Van de samenstelling der uitwerpselen van den mensch en eenige dieren geven de beide volgende staatjes een overzicht:

100 dln. 1 | | | |

bevatten ® « 3 -g 3

g ^ w co >•

water 75,30 77,25 82,45 56,47 77,12

vaste stoffen. 24,70 22,75 17,55 45,33 22,87

zouten 1.20 3,04 2,67 5,87 8,50

100 dln. asch bevatten

chloornatrium 0,58 0,03 0,23 0,14 0,89

kali 18,49 11,30 2,91 8,32 3,60

natron 0,75 1,98 0,98 3,28 3,44

kalk 21,36 4,63 5,71 18,15 2,03

magnesia 10,67 3,84 11,47 5,45 2,24

ijzeroxyd 2,09 1,44 5,22 2,10 5,57

phosforzuur.. 30,98 10,22 8,47 9,40 5,39

zwavelzuur .. 1,13 1,83 1,77 2,69 0,40

koolzuur .... 1,05 — — — 0,60

kiezelaarde .. 1,44 62,40 62,54 50,11 13,19

zand; 7,39 — — — 61,37

Sluiten