Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de uitgave van het verzamelwerk „Geschichte der europaischen Staaten" (zie Perthes, Friedrich Christoph), welke uitgave hij vanaf 1842 alleen leidde. Hij overleed den 17den Mei 1851 te Gotha.

Ukraine. Zie Oekraïne.

Ulanen (TJhlanm) zijn met lansen gewapende ruiters. De naam ulaan (= wakkere, dappere) is van Tataarschen oorsprong. De Polen noemden hun ruiterij, welke evenals de Tataren gewapend was, en waarmede zij hun invallen poogden af te weren, eveneens ulanen. Ook in de overige Europeesche legers werden later ulanenkorpsen opgericht en in de uniform der Poolsche ulanen ge¬

kleed. ueze bestaat uit de tsjapka en een korten rok met twee rijen knoopen en Poolsche mouwopslagen. Van de Europeesche staten hebben thans Duitschland, Oostenrijk, Rusland en Engeland ulanen.

Ulbach, Louis, een Fransch romanschrijver, geboren den 7don Maart 1822 te Troyes, studeerde te Parijs en deed in 1844 een bundel gedichten „Gloriana" verschijnen, welke echter niet de aandacht trok. Vervolgens werkte hij aan verschillende dagbladen mede en werd in 1855directeurvan de „Revue de Paris." Bij de oprichting van den „Temps" (1861) werd hij belast met het schrijven van het letterkundig feuilleton. In 1866 ging hij over naar den „Figaro" en in 1878 werd hij bibliothecaris van het Arsenaal. Van zijn talrijke romans noemen wij: „Mémoires d'un inconnu" (1864), Roman de la bourgeoisie" (1868), „Sacrifice d'Aurélie" (1873), „Enfant de la morte" (1879), „Quinze ans de bagne" (1882), „Autour de 1'amour" (1885), „Amour moderne" (1886), „Maitresse du général" (1887) en „Le Parrain de Cendrillon" (1888). Hij overleed in 1889 te Parijs.

Ulcus beteekent zweer, ulcus durum harde sj anker, ulcus molle weeke sj anker, ulcus corneae een ontsteking van de hoornhuid, ulcus ventriculi rotundum een ronde maagzweer.

Ule, Otto, Duitsch natuurwetenschappelijk schrijver, geboren te Lossow bij Frankfort a. d. Oder den 228ten Januari 1820, studeerde te Halle en te Berlijn in de godgeleerdheid, daarop in de wis- en natuurkunde, was van 1846—1848 leeraar aan het gymnasium te Frankfort a. d. O. en vestigde zich daarop als privaatdocent te Halle. Hij kwam den 6den Augustus 1876 aldaar bij een brand om het leven. Van zijn geschriften noemen wij: „DasWeltall" (3de druk, 3 dln., 1859), „DieWunder der Sternenwelt" (4de druk door Klein, 1906), „Warum und Weil" (l8«e deel., 3de druk, 1887, 2de deel, 9de druk, 1904), en „Die Erde nach den Erscheinungen ihrer Oberflache" (naar Reclus, 2de druk door W. Ule, 1892). Met Karl Muller en itoszmaszler stichtte hij in 1852 het tijdschrift „Die Natur."

Ule, Wiïli, een Duitsch aardrijkskundige, een zoon van den voorgaande, geboren den 9den Mei 1861 te Halle, studeerde in de wis- en natuurkunde en in de aardrijkskunde te Berlijn en te Halle, vestigde zich in 1889 als privaatdocent in de aardrijkskunde in laatstgenoemde plaats, waar hij in 1897 tot hoogleeraar werd benoemd, en vertrok in 1907 als zoodanig naar Rostock. Van zijn hand verschenen: „Die Mansfelder Seen" (Halle, 1889), „Die Tiefenverhaltnisse der Masurischen Seen" (Berlijn, 1890), „Zur Hydrographie der Saaie",

„Beitrag zur physikalischen Erforschung der baltischen Seen," „Niederschlag und Abflusz in Mitteleuropa" (resp. in dl. 10, 11 en 14 der „Forschungen zur deutschen Landes und Volkskunde"), „Lehrbuch der Erdkunde für höhere Schulen" (uitgave A, 7de druk, 2 dln., Leipzig, 1907; uitgave B, _2d<> druk, Leipzig, 1907), „Grundrisz der algemeinen Erdkunde" (Leipzig, 1900), „Heimatkunde des Saalkreises" (Halle, 1906 en later) en„Forschungen am Ammersee in Oberbayern" (München, 1906). Met A. KircKhoff schreef hij het „Bericht über die neuere Literatur zur deutschen Landeskunde" (3 dln., Breslau, 1906).

Ule&borg- (Finsch Ouloe), het N. lijkste en grootste gouvernement van Finland, omvat het N. lijke Österbotten en Lapland en telt op een oppervlakte van 165 644 v. km. (1905) 299 450 inwoners. De binnenmeren beslaan ruim 6% van de geheele oppervlakte. De voornaamste rivieren zijn: de Ouloenjoki, de Kemijoki, de Ule&-elf en de Torne&-elf. In het binnenland en in het O. liggen uitgestrekte wouden en moerassen. De bodem is meest onbebouwd; alleen in de W. lijke kuststreek wordt de landbouw beoefend. Vischvangst, houtkappen en houtbewerking zijn overal in het het land van veel beteekenis. Naast de houtbewerking komen leerlooierijen voor. Het gouvernement bezit 435 fabrieken met ruim 5 000 arbeiders. In het N. (Lapland) wonen ongeveer 600 zwervende Laplanders, die zich met de rendierenteelt bezig houden.

Ule&borg' (Finsch Ouloe), de hoofdstad van het gelijknamige, Finsche gouvernement, gelegen aan de monding van den Ule&-elf in de Bothnische Golf en aan den spoorweg Seinajoki Tornei, bezit 2 lycea, 4 bankinstellingen, scheepstimmerwerven, talrijke fabrieken, waar leder bewerkt wordt, en handel in teer, pek en houtwaren. De plaats telt (1905) 17 896 inwoners. De stad werd in 1605 gesticht, brandde in 1822 af, maar werd weder herbouwd. Gedurende den Krimoorlo? sta¬

ken de Engelschen den lstel1 Juni 1854 de teeropslagplaats, de scheepswerven en de schepen in de haven in brand.

Ulema. Zie Oelema.

Ulex. Zie Doornstruik.

Ulfeld (Uhlefeld), Corfitz, graaf, een Deensch edelman, geboren den 20slei1 Juli 1606, verkreeg door zijn huwelijk met een onechte dochter van

koning Christiaan IV van Denemarken grooten invloed en rijkdom. Hij werd in 1637 stadhouder van Kopenhagen en bekleedde sedert 1643 het ambt van rijkshofmeester, de hoogste, Deensclie waardigheid. Nadat hij in 1648 had deelgenomen aan de beweging ter beperking van de rechten van Frederik III, werd hij in 1651 beschuldigd van een aanslag op diens leven, waarop hij eerst naar Nederland en vandaar naar Zweden vluchtte, dat hij in 1657 tot een oorlog tegen Denemarken ophitste. Bij den Vrede van Roskilde werden hem zijn Deensche bezittingen terug gegeven. Toen hij echter naar Kopenhagen kwam, werd hij in 1660 gevangen genomen, maar in 1661 weder op vrije voeten gesteld. Hij overleed den lsten Maart 1664 bij Bazel.

Ulfilas (■Wulfïlas), de apostel der Goten, geboren omstreeks 311, stamde af van Christelijke ouders, die door de Goten als gevangenen uit Cappadocië mede-

Sluiten